De wespendieven zijn vertrokken naar Afrika. Hun jongen zijn uitgevlogen, het vakantiewerk zit erop. Hoewel, zoveel jonge wespendieven vlogen er niet uit dit jaar, en wie er uitvloog, had geen garantie dat ie Afrika zou halen. Het was een warme, maar droge zomer, en er waren bijna geen wespen. En als er bijna geen wespen zijn, krijgen wespendieven het moeilijk. Want wespendieven eten wespenlarven en wespenraten. …
Glansmug Ptychoptera albimana. Foto Koos Dijksterhuis
Als het warm is en een raam open blijft als de avond valt, kunnen er verrassend veel langpootmuggen in huis komen. Ze snorren rond, hangen aan twee poten te slapen en proberen ’s morgens hardnekkig door het raam naar buiten te vliegen. Ik had er één voor het raam, die kleiner was en een beetje rossig. Even dacht ik aan een sluipwesp, maar alleen al de twee vleugels bewezen dat het een mug was. Wespen hebben vier vleugels. Vliegen en muggen hebben er twee. Ooit hadden ze er ook vier, maar van de andere twee zijn nu alleen nog stompjes over. …
Hoewel augustus niet bijster nat was, integendeel, en september ook droog begon, verschijnen er op braambladeren toch oranjebruine vlekjes. In de ondergroei van schaduwrijk, vochtig bos raken bijna alle braambladeren aangetast met deze schimmel. Het is de veelcellige braamroest Phragmidium violaceum. De vlekken zijn soms niet oranjebruin, ze variëren in kleur van geel tot donkerpaars. Aan de onderkant van het blad kunnen ze nog donkerder worden, tot zwart aan toe. De kleur hangt af van het type spore, roesten zijn schimmels met een ingewikkelde levenscyclus via diverse soorten sporen. Soms komen er volstrekt verschillende waardplanten aan te pas, zoals een gras en een boom, die allebei noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van de schimmel. Braamroest echter heeft aan braam genoeg. Braamstruiken gaan niet dood van de roest, al zullen sterk aangetaste planten wel verzwakken. Veel bramen zijn er dan niet te plukken. …
Een bladluis is een mooi beestje en ziet er helemaal niet afschrikwekkend uit. Zolang hij alleen is. Bladluizen zijn net hooligans of corpsballen. In hun eentje zijn ze goed te verdragen, maar in een groep gedragen ze zich weerzinwekkend. Soms gaan plantenstengels schuil onder een dik tapijt van bladluizen. Brrr.
Bladluizen leggen soms eitjes, maar kunnen zich in de zomer ongeslachtelijk vermenigvuldigen door levende baby’s te baren. Dat gaat snel, in een paar dagen tijd kan een plant groen, wit of zwart zien van de bladluizen. …
Op het strand van Schiermonnikoog ligt een vlinder. Het is een kleine vos. Kleine vossen zijn er veel op het eiland. De Noordzee kunnen ze beter vermijden. Toch fladderen ze soms de zee op. Of waaien ze de zee op, maar niet tegen de wind in. Er waait een straffe noordenwind uit zee. De kleine vos moet het geprobeerd hebben, stortte neer en spoelde aan. Daar ligt hij, één vleugel als een tatoeage op het zand geplakt, de andere wapperend in de wind. Ik til hem op, en dan blijkt ie te bewegen. Ik zet hem in mijn hand en draag hem mee, zes kilometer over het strand. Onderweg vinden we nog drie vlinders, morsdood: nog een vos, een atalanta en een koolwitje, plat op het strandzand, met gespreide vleugels. …
Westenwinden zwepen Schiermonnikoog op in oostelijke richting. Zand dat van het Westerstrand wegwaait, blijft aan de oostkant in de luwte van het eiland liggen. Voorbij paal 16, ooit de oostpunt, strekt de zandige Balg zich tot de horizon uit. Je moet nog vijf kilometer verder voor je de punt bereikt. En weer terug. Meestal loop ik heen langs zee en terug over de strandvlakte, zigzaggend, schelpen zoekend. Op de Balg liggen grote schelpen begraven uit vervlogen jaren. Bij oostenwind wordt het zand weer teruggeblazen naar het westen en komen die grote, oude schelpen bloot te liggen. Dan kun je noordkrompen vinden, noordhorens, wulken en oesters. …
Misschien wel de mooiste hommel van Nederland is de steenhommel. Steenhommels zijn helemaal zwart, met een rode bips. Er zijn meer zwarte hommelsoorten met een rood achterwerk, maar die zijn zeldzamer. Steenhommels kunnen trouwens gele haarbanden op hun borst en achterhoofd hebben. Dat zijn de mannetjes. De vrouwtjes zijn op hun rode kont na geheel zwartharig. …
’s Morgens glinsteren spinnenwebben in de zon. Dit zijn de ochtenden van dauw. Wat maakt dauw die webben mooi. En zichtbaar. Overal webben. Dwars over paden en andere open plekken spinnen kruisspinnen ze. Ze zien er patent uit, een beetje spin spint dagelijks een nieuw. Als de spin het tijd vindt voor verhuizing, eet ze haar oude web op. Dat doet ze systematisch, in steeds kleinere cirkels, zoals ze het eerst ook maakte. …
Blauwe zeedistels zijn algemeen op sommige drukke stranden. In Zandvoort zag ik ze naast de boulevard in het witte zand. Erop staan zou zere voeten hebben betekend, maar er niet op staan betekende dat ook, want het zand was zo heet, het brandde mijn voetzolen.
Algemeen als ze hier en daar zijn, in Zeeland en op de Waddeneilanden zijn ze zeldzaam, op Schiermonnikoog althans. Ooit woonde ik als kind een dialezing bij van de eilander natuurman annex onderwijzer Henk Koning. Koning vertoonde een fraaie plaat van een blauwe zeedistel. Hij vertelde er niet bij waar de zeedistels stonden, en aan de foto was het niet te zien. Een keer was het wel aan de foto te zien geweest, op de achtergrond stond een kilometerpaal, die een toeschouwer kennelijk had afgelezen. Even later waren de zeedistels weg. De blauwe takjes staan decoratief in bloemstukjes. …
Dat rupsen bladeren eten, weet (bijna) iedereen. Er zijn rupsen die niet het hele blad tot de nerf kaalvreten, maar die de deklaag aan boven- en onderkant versmaden. Hoe dun een blad ook is, deze rupsjes weten zich tussen de deklagen door een weg te knagen. Daarbij graven ze holten in het blad of zelfs complete gangenstelsels. In deze holen, bladmijnen genoemd, leven de rupsjes met een beschermend bladerdak boven hun hoofd. …