Natuurdagboek 2013
Dode duif

Dode duif

Houtduif juv. Foto Koos Dijksterhuis
Jonge houtduif. Foto Koos Dijksterhuis

We wandelen op Schiermonnikoog over een bospad tussen een vochtig berkenbos en een vrij oud dennenbos. Naast het pad ligt een dode duif. Een jonge houtduif is het, onlangs uitgevlogen. Er zitten nog plukjes nestdons op zijn rug, zijn snavel is nog kuikenachtig. Er zit bloed op. Die heeft maar kort geleefd. Hij is ook nog maar kort dood, hij ziet er vers uit. Toch zoemen er al vliegen omheen.

Waar geleefd wordt, vallen doden; alleen de heel snelle, slimme, lenige of anderszins best aangepaste individuen redden het. En zelfs die topatleten gaan een keer dood, soms al heel rap. De natuur is mooi, maar je moet er wat bij drinken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Paardebloem-lookalike

Paardebloem-lookalike

Leeuwentand. Foto Koos Dijksterhuis
Leeuwentand. Foto Koos Dijksterhuis

In september gaan de groei en de bloei eruit, maar sommige planten houden dapper vol. Sterker nog: hele grasvelden, bermen, drijken knipogen je toe met kleine paardebloempjes. ’s Morgens openen ze zich massaal. Het zijn geen echte paardebloemen, hoewel ook die een bescheiden nabloei doormaken. Er zijn allerlei paardebloem-achtige bloemen die voor paardebloem worden aangezien. Havikskruid, biggenkruid, leeuwentand, muizenoor, streepzaad… Hun verschillen zijn soms maar klein, ze lijken op elkaar, maar nu zal het vaak vertakte leeuwentand zijn, want dat is een talrijke herfstbloeier. In het gras glanzen overal die kleine, gele zonnetjes. Het gras moet een tijdje geleden gemaaid zijn en niet te zwaar bemest.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Blauwe knoop

Blauwe knoop

Blauwe knoop. Foto Koos Dijksterhuis
Blauwe knoop. Foto Koos Dijksterhuis

Vorige week vond ik drie blauwe knopen. Geen knopen voor een jas, maar bloemen. Ze bloeiden nog volop. Heel mooi waren ze, met die bolle, hemelsblauwe bloemen. Ik vond ze op een schraal, zompig graslandje, met kalkrijk en ijzerhoudend kwelwater. Dat kwelwater hebben ze niet per se nodig, maar vinden ze wel prettig. Vochtig, schraal grasland is wel per se nodig. Schraal betekent voedselarm, wat in ons overbekunstmeste land zeldzaam is. Daarom zijn blauwe knopen van algemeen ook schaars geworden. Zoals zoveel ooit algemene planten schaars zijn geworden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Gigantische olifantsrups

Gigantische olifantsrups

Olifantsrups. Foto Koos Dansen
Olifantsrups. Foto Koos Dansen

Een lezer stuurde mij een brief met foto’s van een gigantische rups, formaat middelvinger. Hij is de derde lezer deze maand die me zo’n rups meldt. De rups is grijsgroen en getooid met een kromme haak op zijn kont en twee rijen vlekjes op zijn rug. Op zijn kop ogen die vlekjes als grote ogen: zwart met daarin een witte, niervormige iris. Altjd eng, ogen, ook al zijn ze nep. Onder een grote foto van ogen houden zakkenrollers zich in, blijjkt uit sociaalpsychologische proeven, hoewel je met zulke proeven nooit weet of ze door een Stapel-achtig typ verzonnen zijn. Maar angstaanjagend ziet deze olifantsrups er beslist uit. Hij kronkelt als een slang en bij benadering trekt ie zijn toch al weinig aaibare snuit in. Dan pompt ie zijn hoofd op, zodat de nepogen je brutaal aanstaren: “Had je wat? Kom maar op!” Je zult hem niet gauw oprapen en dat is precies de bedoeling. Als merel, koekoek en klauwier ook nog van oppikken afzien, is des rupsen missie helemaal geslaagd en kan hij zich onbekommerd tegoed doen aan wilgenroosjes of fuchsia’s.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Schroevende en glijdende buizerds

Schroevende en glijdende buizerds

Cirkelende buizerds. Foto Jeroen Reneerkens
Cirkelende buizerds. Foto Jeroen Reneerkens

Buizerds zijn hier zomer en winter. In de winter zijn er zelfs meer dan in de zomer. Dan proppen Scandinavische buizerds zich erbij. Geen paaltje, geen bosrand, of je ziet een buizerd. Sommige buizerds zijn gesteld op hun rust en trekken verder. Er trekken dezer dagen en komende weken heel wat buizerds door Nederland. Of beter: over Nederland. Op zonnige middagen kun je ze aan de hemel voorbij zien schuiven. Ze cirkelen omhoog, opgetild door warme, stijgende lucht. Dat heet thermiek en het cirkelen heet schroeven. Van grote hoogte zweven ze dan in de gewenste richting klimeters naar beneden, over een denkbeeldige glijbaan, vandaar dat dat zweefvliegen een glijvlucht heet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kromzitter

Kromzitter

Kromzitter. Foto Jeanette Essink
Kromzitter. Foto Jeanette Essink

Kromzitters zitten helemaal niet krom, integendeel, er zijn nauwelijks nachtvlinders met een zo kaarsrechte houding. Maar hun rupsen willen nog wel ‘ns krom zitten. Die gooien hun kop vaak overdreven ver in hun nek, zodat hun zes voorpootjes omhoog wijzen. Nu hebben de rupsen zich diep in de grond gegraven. Daar verpoppen ze zich in een cocon, en weldra zullen de vlinders de grond uit kruipen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Haviken lusten alles

Haviken lusten alles

Havik + buizerdpullen. Foto Rob Bijlsma
Havik + buizerdpullen. Foto Rob Bijlsma

In de jaren ’70 waren haviken zeldzaam. Maar ze krabbelden uit het diepe dal van DDT en jacht en heroverden de Nederlandse bossen. Ik weet nog goed dat ik toen ik veertien was mijn eerste havik zag. Dat gebeurde in landgoed Den Treek bij Amersfoort, waar voor het eerst sinds vele jaren haviken broedden. Later ontdekte ik een nest, hoog in een spar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lievelingsvlinder

Lievelingsvlinder

Lieveling. Foto Jeanette Essink
Lieveling. Foto Jeanette Essink

Alleen al vanwege z’n naam haalt de lieveling het natuurdagboek. Lievelingen zijn nachtvlinders met vrij lange vleugels met een streep over de hele vleugellengte. Die streep lijkt wel een scherpe vouw. De vleugels kunnen grijs zijn, roze of bruin, en steken in het midden naar achteren uit met een punt. Het geeft de lieveling het aanzien van een stealth-bommenwerper. Maar dan wel een kleintje. Een lieveling blijft wel vaak onzichtbaar maar zou nooit bommen werpen.

Lievelingen zetten eitjes af op zuring en planten uit de duizendknoopfamilie. Als die op ruig begroeid, vochtig terrein groeien, is de kans groot dat er lievelingen zijn. In bossen, parken, begroeide oevers zijn ze algemeen en ook in wilde tuinen, zeker als daar een vijver is.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kranige wespendief

Kranige wespendief

Wespendief + jongen. Foto Rob Bijlsma
Wespendief + jongen. Foto Rob Bijlsma

De wespendieven zijn vertrokken naar Afrika. Hun jongen zijn uitgevlogen, het vakantiewerk zit erop. Hoewel, zoveel jonge wespendieven vlogen er niet uit dit jaar, en wie er uitvloog, had geen garantie dat ie Afrika zou halen. Het was een warme, maar droge zomer, en er waren bijna geen wespen. En als er bijna geen wespen zijn, krijgen wespendieven het moeilijk. Want wespendieven eten wespenlarven en wespenraten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleine langpootmug?

Kleine langpootmug?

Glansmug Ptychoptera albimana. Foto Koos Dijksterhuis
Glansmug Ptychoptera albimana. Foto Koos Dijksterhuis

Als het warm is en een raam open blijft als de avond valt, kunnen er verrassend veel langpootmuggen in huis komen. Ze snorren rond, hangen aan twee poten te slapen en proberen ’s morgens hardnekkig door het raam naar buiten te vliegen. Ik had er één voor het raam, die kleiner was en een beetje rossig. Even dacht ik aan een sluipwesp, maar alleen al de twee vleugels bewezen dat het een mug was. Wespen hebben vier vleugels. Vliegen en muggen hebben er twee. Ooit hadden ze er ook vier, maar van de andere twee zijn nu alleen nog stompjes over.

Lees Meer Lees Meer

DELEN