Vroege vlinders

Vroege vlinders

Kleine vos (onder) + dagpauwoog Foto Jeanette Essink
Kleine vos (onder) + dagpauwoog. Foto Jeanette Essink

Dit zou twintig jaar geleden de tijd zijn dat overwinterende kleine vossen en dagpauwogen uit hun schuilplaatsen tevoorschijn kwamen. Nu deden ze dat een maand geleden. Ik zag ze eind februari al. Ze warmden zich in de zon en gingen op zoek naar klein hoefblad voor een slokje nectar.

Klein hoefblad bloeide nog maar net. Januari en de eerste helft van februari kenden in Noordoost-Nederland een landklimaat met aanhoudende temperaturen rond en onder het vriespunt. Dat zette diverse reeds in december ingezette lenteverschijnselen een tijdje in de koelkast.

Toen eind februari en begin maart ook op de Grunneger toendra recordtemperaturen van bijna twintig graden werden gehaald, barstten die lenteverschijnselen los. Plotseling werd onze tuin bevolkt door aardhommels en citroenvlinders, kwamen narcissen en zelfs judaspenning tot bloei, en botten wilgen- en andere katjes uit.

De eerste kleine vossen en dagpauwogen hebben zich misschien wel gered met de nog spaarzaam bloeiende klein hoefbladen. Na de paar maartse nachten met nachtvorst konden ze zich warmen in een heerlijk lentezonnetje.

De sterke afwisseling tussen extremere weersomstandigheden lijkt voor veel plant- en diersoorten een veel groter probleem dan de gestage, gemiddelde opwarming. Dagenlange regen wordt gevolgd door kurkdroge weken, afgewisseld door een stortbui van tropische allure. Wij mensen strijken neer op zonnige terrassen, om ruim voor zonsondergang huiverend naar de kachel te vluchten. Al die insecten en andere dieren buiten moeten zich zonder jas of terrasverwarming buiten zien te redden. Bikkels!

In onze tuin bloeien intussen bosanemoon, scheefkruid, paarse en gevlekte dovenetel, hondsdraf, kleine veldkers, klein kruiskruid, speenkruid en paardenbloem. En boswilg en sleedoorn natuurlijk. Die vroege bloeiers houden de eerste zweefvliegen, kevers en (zand)bijen in leven. En kleine vossen en dagpauwogen.

De vlindermannetjes checken iedere soortgenoot en jagen andere mannetjes weg. Vrouwtjes zijn welkom. Die zetten hun eitjes af onder brandnetelblaadjes. Dagpauwogen doen dat ook op brandnetelblad. Na de eileg gaan ze dood en daarom zijn beide soorten in mei tijdelijk minder aanwezig.

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *