Kikkers en salamanders

Afgelopen herfst groef ik een tuinvijver. Vanuit twee dieptepunten van ruim een meter liepen de oevers geleidelijk dan wel trapsgewijs op. De vijver stond nog maar halfvol, of de eerste kikkers en salamanders dienden zich aan.
Groene en bruine kikkers overwinteren graag in de modder op de bodem van water, dat diep genoeg is om niet te bevriezen. Tegenwoordig lijkt een halve meter ijs me het dikst haalbare. Ruim een meter diep is dus overdreven, maar ja, ik was zo lekker bezig met graven.
Modder is er nog niet in de vijver en ik zie ook geen dril, hoewel bruine kikkers nu aan de leg zijn. Dat dril zit vaak onder de wateroppervlakte en is dus goed zichtbaar. Groene kikkers komen pas in de loop van april op dreef, en zetten hun eitjes dieper af. Groene kikkers zijn veel meer aan water gebonden dan bruine. Na de paring trekken bruine kikkers het land op, later gevolgd door de nieuwe generatie. Groene kikkers blijven op de oevers zitten en kwaken uit volle wangzakken.
Kleine watersalamanders overwinteren in onze tuin onder stenen, dakpannen en stammetjes. In maart en april kronkelen ze naar het water. Ze kunnen zwart, grijs, groenig of bruin zijn. Maar wie klaar is voor de voortplanting ziet er kleuriger uit: oranjegeel, en bovendien gespikkeld. De mannetjes krijgen een kam over hun rug.
De mannetjes voeren een soort waterdans uit, waarbij ze met hun staart wapperen. Met die uitsloverij maken ze indruk op de dames. De paring lijkt voor ons een wat afstandelijke bedoening, maar waarschijnlijk is het voor de salamanders alleszins bevredigend: het mannetje deponeert een pakje sperma op de bodem, waarna het vrouwtje het bij zichzelf inbrengt. Altijd consent; verkrachting kennen ze niet.
Vrouwtjes zetten hun paar honderd eitjes af op waterplanten, maar die zijn er nog nauwelijks in onze vijver. Gauw maar wat krabbenscheer en kikkerbeet halen.
Toen ik vorig jaar een stapel bakstenen verplaatste, kwamen er wel vijftien salamanders tevoorschijn. Eén was dood, waarschijnlijk doordat ie klem had gezeten tussen twee bakstenen. Ik gaf hem aan de kippen, die hem in seconden in hapklare brokken verdeelden.
Later las ik dat verstoorde en zich bedreigd voelende salamanders zich doodhouden.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 23 maart ’26)
Eén gedachte over “ Kikkers en salamanders”
In uw stukje in Trouw d.d. 23 maart stond een fout die u hier kennelijk hebt verbeterd. In Trouw stond namelijk dat bruine kikkers op de oever blijven zitten en kwaken. Dat klopt dus niet, bruine kikkers kwaken niet, maar knorren wat, en zijn meestal ook niet direct aan de waterkant te vinden, zoals de (drie) groene kikkersoorten.
Er staat echter nog een fout in de krant: kleine watersalamanders krijgen geen kam, alleen de mannetjes van de Grote Watersalamander, ook wel kamsalamander genoemd!).
Ik heb overigens al mijn kleine watersalamanders uit de vijver gehaald, tientallen (en ergens anders heen gebracht), zij eten namelijk massaal het kikkerdril op van, in mijn geval, de bruine kikker. Ook de larven eten ze op. Er blijft niets over in mijn vijver met die salamanders. Jammer, het zijn per slot beiden amfibieen. Vissen wil ik sowieso niet in mijn vijver, want die eten dat ook allemaal op.