Kranige sterfte

Kranige sterfte

Kraanvogel met jong. Foto Koos Dijksterhuis
Kraanvogel met jong. Foto Koos Dijksterhuis

Als jonge vogelaar zag ik nooit kraanvogels. Ik hoorde soms dat anderen kraanvogels hadden gezien. Dat waren altijd overvliegende vogels tijdens de trektijd, en altijd boven Zuidoost-Nederland.

De eerste keer dat ik in Nederland kraanvogels zag, was begin april, midden jaren negentig. Ik reisde van mijn moeders verjaardag terug naar Groningen en zag in Drenthe uit de trein twee kraanvogels in een weiland. Ik geloofde het bijna niet. Niemand in de volle wagon leek ze op te merken.

Kraanvogels profiteerden van de oogstresten op akkers in hun broedgebieden in Noord- en Oost-Europa, van oogstresten en eikels in hun Spaanse winterverblijf en van oogstresten in een recentelijk ontstaan overwinteringsgebied in de Champagne waar twee meren aangelegd werden. Die meren moesten rijke Fransen lokken naar de tobberige streek met noodlijdende akkerbouw. Ze werden gevuld met water uit de Marne, niet met champagne. Net als in onze Blauwe Stad stroomden de miljonairs niet toe. Wel kwamen er tienduizenden kraanvogels op af. Die slapen graag in of omringd door water.

In 2001 vestigden de eerste kraanvogels zich als broedvogels in Nederland. Intussen zijn alle grote hoogvenen wel bezet door enkele paren. Als overvliegende trekvogels zijn ze helemaal in aantal toegenomen. Ze vliegen over een breder front en komen vaker aan de grond. Afgelopen voorjaar streek er zelfs een groep neer op Texel.

De toename in Nederland is een bijproduct van de veel grotere toename in het buitenland. Daar is afgelopen winter een einde aan gekomen. Vogelgriep heeft massale sterfte aangericht. Rond de Franse meren en in andere beroemde pleisterplaatsen lagen duizenden kraanvogels te creperen. Als dronkemannen struikelden ze rond, hun lange halzen zwaaiend. Het kan dagen duren voor een vogel met griep doodgaat.

Van de 250 duizend kraanvogels die de West-Europese trekroute volgen is naar schatting een vijfde overleden. Dat kunnen er nog veel meer worden. Na massaslachtingen onder eenden, ganzen, zwanen, meeuwen, sterns, jagers, jan van genten en slechtvalken kwamen nu dan de kraanvogels aan de beurt. Ze hielden zich kranig maar tegen de griep uit de pluimvee-industrie zijn ook zij niet opgewassen.

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *