Varkensgras is geen gras

Op veel plekken langs trottoirs of zelfs midden op trottoirs, op en langs paadjes en speelweiden groeit een plantje dat zich vanuit de kiem radiaal over de bodem uitspreidt. Wordt het ze te druk, dan richten ze zich op. Ze halen dan een hoogte van een centimeter of twintig, dertig, soms veertig.
De plant heet varkensgras, maar is geen gras. Het is een lid van de duizendknoopfamilie, evenals perzikkruid, waar het wel een beetje op lijkt, al zijn de blaadjes en de bloempjes een stuk kleiner. Die bloemen groeien en bloeien wit met een beetje roze, in de bladoksels. Ze zijn heel klein, je moet ervoor op de knieën. De blaadjes zijn wat groter: tweeënhalf, drie centimeter lang en hooguit een centimeter breed.
Een andere overeenkomst met perzikkruid is, dat varkensgras zeer algemene plant is, die door tuiniers zelden enthousiast verwelkomd, laat staan gezaaid wordt. De plantjes zijn dsgewenst gemakkelijk te verwijderen. Het succes van varkensgras is te danken aan het simpele feit dat de soort goed gedijt op menselijke invloeden: nitraten, fosfaten en betreding. Daarom doet varkensgras het ook goed op boerenerven. Daar kan het samen met kweek en andere grassen een groen tapijtje leggen.
Toen varkens nog op boerenerven mochten wroeten, aten ze het eiwitrijke varkensgras graag, waaraan de plant zijn naam dankt. Het plantje werd ook aan varkens en ander vee gevoerd, omdat het gezond was. Volgens de kruidengezondheidsleer is het ook voor mensen heilzaam, en helpt het tegen bloed spugen. Ik spuug nooit bloed maar het werkt vast ook tegen verkoudheid.
Tegenwoordig zitten onze bijna tien miljoen varkens opgesloten in enorme schuren, onzichtbaar voor mensenogen. Misschien moet de varkenshouderij zijn melkkoeien, pardon: varkens verstoppen, omdat de publieke opinie zich anders weleens mordicus tegen de sector zou kunnen keren.
Enfin, het varkensgras hoeft geen varkens meer te duchten. Het groeit op straat en heeft geen bezwaar tegen hondenpoep.
(Natuurdagboek Trouw, woensdag 26 augustus ’26)