Uithuizige huismoeders

Uithuizige huismoeders

Huismoeder. Foto Koos Dijksterhuis
Huismoeder. Foto Koos Dijksterhuis

In de tuin rommelend kwam ik op een paar lommerrijke plekken waar ik niet vaak kom en prompt fladderden er drie, vier vlinders weg met een licht snorrend geluid. Ze doken in de vegetatie. Het waren duidelijk nachtvlinders die ik had verstoord, en die zo snel mogelijk donkere dekking zochten.

Ik zag er een zitten met opgevouwen vleugels. Best groot, maar slank en bruin als een takje, volstrekt niet opvallend. In vlucht daarentegen spatten de oranjegele achtervleugels eraf. Ik schrik er altijd van als ik een huismoeder opjaag, en ik denk dat dat de bedoeling ook is. Een merel moet ook vast even van de schrik bekomen als er zo’n vlinder voor z’n poten opsnort. Die daardoor de tijd krijgt te ontsnappen.

Tijdens hittegolven gaan deze nachtvlinders in een soort zomerslaap. Slim, want anders zouden ze kunnen verdrogen. Ze hebben veel vocht nodig en kunnen eindeloos op een bloem zitten om nectar te lebberen.

Huismoeders leggen eitjes op verschillende planten, waaronder bramen, brandnetels en paardenbloemen. Die rupsen kunnen wel vijf centimeter lang worden. Ze zijn groen of bruin, en eten bloemen, waaronder de door mensen en paarden weinig geliefde kruiskruiden. Ze zijn ’s nachts actief, net als de vlinders. Die vlinders horen dan ook bij de familie van nachtuilen. Hun rupsen zijn geliefde kost van een heel andere uilensoort: steenuilen.

Waarom deze vlinder huismoeder heet? De Vlinderstichting wijt dat op haar website aan Linnaeus’ gewoonte om ‘vlinders met gekleurde achtervleugels vrouwennamen te geven en dan bij voorkeur in de huwelijkssfeer’. Zo zijn er ook weeskinderen, met rode achtervleugels.

De nachtvlinders overwinteren als rups. Rupsen zijn er van september tot mei, en houden zich ‘s winters tamelijk gedeisd in holletjes in de grond. In de lente kapselen rupsen zich in tot een glanzend roestbruine pop, ondiep in de grond. Als u in de tuin werkt, is de kans groot dat u huismoederpoppen tegenkomt. Lekker laten zitten. Weldra kruipen ze als vlinder de grond uit.

(Natuurdagboek Trouw, maandag 14 juli ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.