‘Tjiftjaf, tjiftjaf’

‘Tjiftjaf, tjiftjaf’

Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis
Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis

Op 3 maart hoorde ik de eerste tjiftjaf, en meteen maar een tweede. Het was een zonnige dag. De lente was begonnen en de tjiftjaffen ook. Tot in de zomer kunnen we dagelijks het eindeloos roepen van hun soortnaam horen: ‘tjiftjaf, tjiftjaf’.

Tjiftjaffen broeden met honderdduizenden in Nederland. Ze overwinteren aan de noord- en zuidzijde van de Middellandse Zee. De Sahara houden ze voor gezien. Hun evenbeelden, de fitissen, steken de grote zanderij wel over, een paar duizend kilometer extra. Fitissen bereiken gemiddeld tien tot vijftien dagen na de tjiftjaffen ons land. Hun riedeltje begint hoopvol en hoog, maar dooft somber uit. Ik heb het nog niet gehoord. Eind maart arriveren ze vaak met hun allen tegelijk na een nacht met zuidenwind.

Begint de lente in Zuid-Europa vroeg, dan kunnen tjiftjaffen alvast hun reis naar het noorden aanvaarden. Voor fitissen ligt dat anders; het weer in Mali zegt niets over de lente in hun broedgebied. De laatste jaren blijven enkele tjiftjaffen bij ons overwinteren; fitissen doen dat niet.

Deze winter zag ik geen overwinterende tjiftjaf, zoals in voorgaande winters. Toen het in januari koud werd, zijn ze misschien hals over kop alsnog zuidwaarts gevlucht. Misschien zijn er ook overwinteraars verhongerd of door ijzel veranderd in een kerstbal.

Overwinteren blijft een gok, maar het lukt steeds meer soorten die vroeger wegtrokken. Als ze maar iets te eten vinden, dan kan het lukken. Het scheelt ze een lange, uitputtende reis door onbekend, vaak vijandig terrein. Tijdens de trek kunnen vogels te maken krijgen met tegenwind en storm, droogte en kou, zeeën, bergen en woestijnen, roofvogels en schietende mannen.

Enfin, ongeveer tegelijk met de eerste tjiftjaffen overspoelen witte kwikstaarten ons land en melden de eerste zwarte roodstaarten zich. Vanaf morgen, het officiële begin van de lente, barst de boel pas echt los. Om te beginnen met fitissen; zullen die beseffen en zelfs vieren dat ze hun lange reis overleefd hebben? Zetten ze het daarom meteen na aankomst op een zingen?

Misschien, maar zingen doen alleen de mannetjes. Zodat de iets later arriverende vrouwtjes weten waar ze moeten zijn. Dat geldt voor zowel fitissen als hun dubbelgangers: ‘tjiftjaf, tjiftjaf.’

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 19 maart ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *