Citroenen brengen lente

De winter had lang volgehouden, maar op 25 februari begon de lente met een plotseling omhoog schietende temperatuur. Ik liep te puffen in mijn winterjas. Er zongen merels, zanglijsters, groenlingen, vinken, kool- en pimpelmezen, huis- en heggemussen, spreeuwen, winterkoninkjes, roodborstjes, boomkruipers en -klevers. Duiven koerden, spechten roffelden, kraaien krasten, buizerds jammerden, veldleeuweriken jubelden, eenden snaterden, ganzen gakten.
Al die vogelgeluiden! En dan moesten de eerste wegtrekkers nog terugkeren. Intussen zijn die gearriveerd: witte kwikstaarten en zwarte roodstaarten trekken niet ver en zijn als eerste terug. Ze werden op de vleugel gevolgd door tjiftjaffen. Het is dan ook bijna officieel lente.
Hebben die vogels wel wat te eten? Ja; op 25 februari zag ik de eerste citroenvlinders, drie zelfs. Een dagpauwoog fladderde hoog over en enkele hommels zoemden langs. Muggen dansten en vliegen schoten voorbij alsof ze dat al weken deden, terwijl het hun maiden-vlucht was.
Die citroenvlinders waren niet bezig met hun maiden-vlucht. Het waren alle drie ouwe rotten. Mannetjes die de winter overleefd hadden en het voorjaar in hun koppie kregen. Ze zaten achter elkaar aan, om te checken of de ander een rivaal was die ze weg moesten jagen, of een vrouwtje dat… Die vrouwtjes bleven nog even in hun schuilplaats.
Inmiddels verlaten ze die en worden ze bestegen door hitsige mannetjes. Die mannetjes jagen achter alle gele en witte vlinders aan, want stel je voor dat het een citroenvrouwtje is! Na de dwarrelende baltsvlucht en de paring duurt het nog even voor het vrouwtje eitjes afzet. Eerst drinkt ze nectar om op krachten te komen.
Begin april bereiken ze hun piektijd. Dan is het al bijna tijd voor de rupsen om uit de eitjes te breken. In juli verpoppen ze zich tot nieuwe generatie vlinders. Hun ouders worden intussen door vogels opgegeten en in juni zijn er nauwelijks citroenvlinders. In juli schiet hun aantal weer omhoog. In de herfst zoeken ze een schuilplaats en in de lente komen ze daar weer uit.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 20 maart ’26)