Spinnen en hun voedsel

Aan de plafonds in ons huis hangen spinnen met een klein lijf en lange dunne poten. Ze lijken wat op hooiwagens, maar wie een bril opzet, ziet de verschillen. Twee daarvan betreffen het gedrag. Hooiwagens kruipen buiten over muren, spinnen hangen binnen aan hun slordige web met veel losse flarden. Hooiwagens houden zich stil of rennen weg als je ze aanraakt, de spinnen beginnen als een gek te trillen. Ze heten dan ook trilspinnen. De trillende eigenschap zal door velen niet worden uitgelokt, want die velen zijn als de dood voor spinnen.
Ik hoor weleens dat die spinnenangst evolutionair is ingeprent – wie bang is voor spinnen leeft langer, en krijgt meer kinderen, die die angst erven. Spinnen hebben geen aaibaar uiterlijk, ook niet als ze harig zijn, integendeel. Maar waarom zou de spinnenangst groter en wijder verbreid zijn dan zeg de angst voor wespen? Die steken pijnlijk, terwijl van spinnen maar een klein deel bijt. De meeste spinnen hebben zwakke monddelen waarmee ze niet door onze huid heen zouden kunnen, ze drukken er hooguit een kus op. Spinnen kunnen niet steken; ze hebben geen angel, zoals wespen, bijen, hommels en sommige mieren. De meeste mieren kunnen ook nog eens pijnlijk bijten. Waarom zijn we voor hen niet bang?
Zou de angst voor spinnen aangepraat zijn? Ik ben er sinds mijn kindertijd van verzekerd dat spinnen niet bijten of steken en juichte hun aanwezigheid zelfs toe, omdat ze muggen zouden vangen. Ik heb dat mijn kinderen ook altijd verteld. Mijn ene kind is bang voor spinnen, mijn andere niet.
Spinnen vangen vast muggen, maar ik zie meer vlinders, juffers, zweefvliegen en gaasvliegen in de webben hangen. Een mug is ook een maaltijd van niets, tenzij ze vol mensenbloed zit misschien. Zou een spin mensenbloed lekker vinden?
Trilspinnen doen aan voorraadbeheer. Ze torsen een gesponnen zak mee met tientallen eitjes. Als die uitkomen, verspreiden de jonkies zich. Als die groot zijn bezetten ze hun eigen hangplek aan het plafond, of achter de knaapjes in de kast. Zolang ze in de buurt blijven, eet moeder ze op.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 28 november ’25)