IJsvogel verveelt nooit

In hun boek De ijsvogel (Atlas Contact €26,99), dat vandaag verschijnt, gaan Jean-Pierre Geelen en Saskia van Loenen vaak op zoek naar ijsvogel(s) die ze dan toch niet zien. Het zich lastig laten zien is typerend voor ijsvogels, en dat komt niet alleen doordat ze zeldzaam zijn. De kleurrijkste vogel van Nederland blijkt zich met felle kleuren en al onzichtbaar te kunnen maken. De smaragd flitst de bocht om, of in een over het water hangende wilg, en weg is ie.
Als jonge vogelaar had ik binnen de kortste keren tweehonderd soorten ‘verzameld’. De ijsvogel echter kreeg ik maar niet te zien. IJsvogels kijken vereist een langere leerweg dan vogels kijken in het algemeen. Ik deed in het buitenland de nodige ijsvogelervaring op. Pas eind jaren ’90 zag ik mijn eerste in Nederland. Diezelfde nazomer zag ik er vervolgens nog vier, op andere plekken.
Nu zie ik ze vaak. In hun boek, dat je een liefdesverklaring aan de ijsvogel mag noemen, schrijft Jean-Pierre hoe hij ervarener wordt in het ijsvogelen. Hij ziet er steeds meer. Ook Saskia ziet ze, ‘net nu het boek af is’, vaak. Sinds kort woont ze bij twee plantsoenen waar wel vier paartjes ijsvogels broeden. Ze vreest dat die overdaad de schoonheid van het blauw-oranje kleinood doet afnemen.
De angst voor zo’n devaluatie lijkt mij ongegrond. Zelf heb ik er bij ijsvogels althans geen last van. Ik woon in een ijsvogelrijk gebied, en kom soms op één dag drie ijsvogels tegen. Ik zie ze vaak laag over een weiland jakkeren: kaarsrecht de kortste weg naar een visstek. Ik zag er twee op ooghoogte door een eikenbos rakelings voorbij snorren, langs elk oor één. Ook zag ik er een over me heen door een woonwijk spurten. Er vliegen zich veel ijsvogels dood tegen ramen, want, zo lees ik in De ijsvogel, hun ogen zitten zo in elkaar dat ze visjes zonder vervorming in het water zien. En zoals ze dwars door het water kijken en vliegen, kijken en vliegen ze dwars door een raam.
Hoe vaak ik er ook een zie, ijsvogelverzadigd raak ik allerminst. Dat een ijsvogel zijn volle pracht toont, in strijklicht van de lage zon, en niet binnen een tiende seconde weg flitst, blijft trouwens een zeldzame gebeurtenis. Die nooit verveelt.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 27 november ’25)