Roodborsttapuit

Op 6 maart zag ik mijn eerste roodborsttapuit dit jaar. Het was een zingend mannetje dat zwierige baltsvluchten maakte. Een vrouwtje was nabij. Op 8 maart zag ik weer twee roodborsttapuiten, twee kilometer verderop. De vorige twee lentes zag ik op die plekken ook vaak roodborsttapuiten.
Roodborsttapuiten zie ik vaker dan in mijn jonge jaren. Ze voeren wel bij natuurontwikkeling, waarbij voedselrijke landbouwgrond verwilderde. Roodborsttapuiten houden erg van zulke verruigende velden, met planten, struiken, hier en daar een boom of paaltje als uitkijkpost.
De mannetjes zijn prachtig rood, zwart en wit. Ze zingen een aardig, afwisselend deuntje en ze roepen een scherp ‘tik!’ Alsof je twee kiezelsteentjes tegen elkaar slaat.
Roodborsttapuiten blijken behoorlijk wintervast en hoewel de meeste in de herfst wel een eind zuidwaarts afzakken, blijven er ook altijd wel een paar overwinteren. Sinds kerst echter ben ik er geen meer tegengekomen. Maar ik ben sindsdien dan ook bijna nergens anders geweest dan in en bij ons dorp, en daarbij was het een ouderwets koude winter.
Behalve het verruigende landschap en de over het algemeen zachtere winters speelt de voortplantingsdrift roodborsttapuiten in de kaart. Ze brengen als het even kan wel drie legsels per jaar groot en beginnen daar al mee in maart. Die baltsende vogel op 6 maart was dus geen heel vroege. Per leg produceren ze zo’n vijf eieren, soms vier of zes. Ze broeden die in twee weken uit. De jongen worden vervolgens twee weken gevoerd, voor ze het nest verlaten. Eenmaal uitgevlogen krijgen ze nog een week of twee opvoedkundige zorg, en daarna moeten ze het zelf zien te rooien.
Kom daar in de mensenmaatschappij eens om, alle kinderbij- en toeslagen ten spijt. En toch zijn er in Nederland naar schatting maar zo’n twintigduizend paartjes roodborsttapuiten, dus veertigduizend vogels. Mensen zijn er in Nederland 450 keer zoveel. Uitgedrukt in kilo’s biomassa is het verschil helemaal verpletterend, want zo’n vogeltje weegt maar rond de vijftien gram.
Dat lichtgewicht maakt een baltsvlucht minder inspannend. Mijn eerste roodborsttapuit dit jaar hield tijdens zijn gefladder opvallend vaak zijn vleugels even ingeklapt (zie foto), terwijl hij gewoon doorzong.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 31 maart ‘26)