Nazomerse vlinders

Tijdens een wandeling zie ik nog diverse soorten vlinders. Klein(e) koolwitjes, atalanta’s, bonte zandoogjes en distelvlinders het meest, verder twee landkaartjes, een hooibeestje, een bruin zandoogje, een Icarusblauwtje en een paar kleine vuurvlinders. De laatste vijf vind ik nog leuker om te zien dan die andere.
Icarusblauwtjes waren nog maar een paar jaar geleden zeer algemeen in de nazomer. Dat is drastisch veranderd. Eén zo’n hemelsblauw vlindertje is wel heel karig voor een wandeling van twee uur langs bermen waar nog van alles bloeit, waaronder rolklaver dat de waardplant en een geliefde nectarbron is van Icarusblauwtjes.
Dat herinnert me eraan dat ik ook niet één dagpauwoog en al evenmin een kleine vos zag, soorten waar voorheen in september geen gebrek was. De oorzaken van die achteruitgang zijn waarschijnlijk insecticiden en stikstofneerslag.
Landkaartjes pieken in de nazomer voor de derde keer in aantal. Landkaartjes zijn er in twee verschijningsvormen: een lichte en een donkere. In de lente vliegt de lichte vorm, in de zomer en nazomer de donkere. De lichte lentevorm is oranje met wat zwart, de donkere zomervorm zwart met wat wit. Maar beide vormen zijn aan de onderkant getekend met een soort stadsplattegrondje.
Van de kleine vuurvlinder vliegt nu ook de derde generatie rond. In april verpopten de rupsen die winter overleefd hadden zich tot de eerste generatie vuurvlinders. Die legden eitjes waaruit de veel korter levende rupsen van de tweede generatie kropen, die zich begin juli tot vlinder verpopten. En nu fladderen de kleinkinderen van de lentegeneratie rond. Ik zag ze paren, een handeling die leidt tot een lentegeneratie in april.
Kleine vuurvlinders zijn oranje met zwarte vlekjes. Fraaie beestjes, zeker in combinatie met het geel van jakobskruiskruid, misschien wel hun favoriete nectarplant. De vlinder op de foto zat er langdurig van de genieten. En, als je goed kijkt, zie je een (pyjama)zweefvlieg over de rand van een bloem koekeloeren. Die doet zich ook tegoed aan Jakobs kruis.
Ik tel mijn zegeningen: 5. landkaartjes, bruin zandoogje, Icarusblauwtje, hooibeestje en kleine vuurvlinder.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 17 september ’26)