Jonge roodborst is rood noch oranje

De nazomer is vogelrijk. De nieuwe generatie is erbij gekomen. De aanwas is na een jaar weer tenietgedaan, de winter zal wel weer huishouden onder mezen, roodborstjes, winterkoninkjes en goudhaantjes. Maar nu zijn ze er nog.
Overal kun je jonge (zang)vogels zien. Onbeholpen merels, pluizige meesjes en verfomfaaide roodborstjes. Een roodborst is niet rood, maar oranje als een mandarijn. Dat geldt voor vrouwtjes zowel als mannetjes, behalve hun eerste zomer. De jonkies hebben dan nog geen oranje borst, maar zijn donker- met lichtbruin gespikkeld.
Jonge roodborstjes verschijnen vaak op foto’s op determinatiesites. Die vogels zijn talrijk en tam en laten zich gemakkelijk kieken. En zonder oranje worden ze niet herkend. De nieuwe generatie roodborstjes ruit inmiddels van bruin naar oranje en zo’n vogel in de rui ziet er rommelig uit en dunner dan we gewend zijn van die koddige vogels met hun bollende buikjes.
Veel jonge en volwassen vogels ruien in de nazomer, om strak in de veren aan hun grote reis naar het zuiden te beginnen. Of de winterkou in te gaan. Roodborstjes overwinteren deels bij ons, en trekken deels weg. Scandinavische, Baltische en Russische roodborstjes melden zich bij ons.
Het Russische roodborstje dat op een herfstdag in uw tuin verschijnt lijkt sprekend op het roodborstje dat diezelfde dag uw tuin verlaat op weg naar Frankrijk. Een gele hamer en sikkel op hun borst zou de Russische roodborstjes herkenbaarder maken. Nu blijkt die herkomst slechts uit ringen om de pootjes van dode roodborstjes of van roodborstjes die zich van vlakbij laten bekijken.
Roodborstjes zijn algemeen in bossen, halfopen landschappen, parken, tuinen en erven. Zeker met de Russische invasie erbij. Als de bomen hun blad verliezen, worden ze zichtbaarder: gaan dan niet schuil achter blad, en ze zoeken tuinen op en blijven als een van de weinige vogelsoorten zingen. Roodborstjes zijn ook een van de weinige vogelsoorten die ’s nachts zingen en van wie zowel het mannetje als het vrouwtje zingt. Beide seksen gedragen zich territoriaal, heel geëmancipeerd.
Enfin, midden in de winter zorgen roodborstjes vaak voor een glimlach bij de tuinierende mens. Ze wagen zich vlakbij, kijken de tuinier aan met een glinsterend kraaloogje en zingen er ook nog bij.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 18 september ’26)