Helende blaadjes

Langs het kanaal waar ik soms wandel bloeien heelblaadjes. Veel gele composieten bloeien tot in de herfst door: behalve heelblaadjes kun je gele ganzenbloem, gele kamille, biggenkruid, leeuwentand en havikskruid zien bloeien. En paardenbloemen natuurlijk, die in de nazomer vaak nog even een bescheiden bloei-piekje doormaken. Laatvliegende bijen stellen de samengestelde bloemen zeer op prijs.
Heelblaadjes is één van de weinige plantennamen die alleen in meervoudsvorm bestaan. Bevertjes is er ook zo een, een prachtige grassoort met bloei-aartjes die beven in de wind.
Heelblaadjes is (zijn?) van de andere gele composieten te onderscheiden aan de bloemen en blaadjes. De lintbloemen zijn dunner en met meer dan bij de andere soorten, en vormen een smalle maar fraaie krans om het botergele hart. De blaadjes hebben de vorm van een smalle driehoek, en zitten met de korte zijde daarvan aan de stengel. De blaadjes hebben zelf geen steeltje, ze vouwen zich zelfs een beetje om de plantenstengel heen. Van onder zijn de blaadjes behaard.
De plant doet het goed op vochtige, niet zeer maar wel enigszins voedselrijke plekken. Ik zie ze in Drenthe niet vaak, maar als ik ze tegenkom, staan ze vaak op zonnige plekken op modderige kanaal- of rivieroevers. Langs de grote rivieren komt ook het gelijkende vlooienkruid voor, met een nog smallere krans van lintbloempjes. Ganzenbloemen en gele kamille neigen naar drogere groeiplaatsen, zoals akkers.
Voor we onze leefomgeving vergiftigden met spuitbussen en druppels, had vlooienkruid dienst als vlooienverjager. Ook luizen zouden ervoor terugdeinzen. Handig, want luizen en vlooien konden ziekten meebrengen. Heelblaadjes werd eveneens als verschrikker van insecten gebruikt, en bovendien als ontsmettend middel voor mensen. Thee van gedroogde heelblaadjes helpt net als kamille tegen verkoudheden en snotneuzen. Ook als pleisters op een wonde heeft heelblaadjes goede daden verricht. Daarbij hielp het tegen darmkwalen. Het werd ingezet tegen dysenterie en heet in wetenschapslatijn nog altijd Pulicaria dysenterica.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 14 september ’26)