Monsterlijke topbloem

Monsterlijke topbloem

Vingerhoedskruid pelorische topbloem. Foto Elly Rijnhout
Vingerhoedskruid pelorische topbloem. Foto Elly Rijnhout

Of het er andere jaren minder waren, weet ik niet, maar ik zie de afgelopen weken opmerkelijk veel vingerhoedskruid in bloei. Misschien leden de planten onder de droogte van de vorige seizoenen, en floreren ze nu. Ook onze tuin wordt erdoor gesierd.

Vingerhoedskruid is in trek bij hommels. Die kruipen diep in de bloemen, of bijten er van buitenaf een gaatje in, zodat ze via die shortcut bij de nectar kunnen. De planten verrijzen uit een rozet en kunnen wel anderhalve meter hoog worden. Ze hebben een soort kaars van bloemen, die van onderaf in bloei komen: eerst zijn ze wit en vervolgens worden ze steeds rozer. Dat is althans te doen gebruikelijk; er is ook een wit blijvende ondersoort. De bloemen zijn zo’n vier centimeter lang en hangen als een soort klokjes met hun kelk naar beneden. Maar daarop bestaan uitzonderingen.

Er zijn meer bloemsoorten met die zeldzame afwijking in bloei, maar bij vingerhoedskruid komt het relatief vaak voor: een pelorische topbloem. Dat is een grote, veel opener bloem, geen klokje, maar een aan alle kanten symmetrische bloeiwijze, met veel meer bloemblaadjes. Voor hommels is zo’n opengesperde bloem wel zo gemakkelijk, ze komen er dan ook graag op zitten.

Een pelorische topbloem staat vaak bovenop de ‘kaars’, maar kan zich ook halverwege bevinden, waarna de hogere bloemen het laten afweten. Een pelorische bloem staat dus altijd bovenaan, vandaar de naam topbloem. Hoewel er waarschijnlijk omgevingsinvloeden zijn, die zo’n rare bloem activeren, moet de plant wel een genetische eigenschap hebben die een pelorische bloem mogelijk maakt. Die eigenschap is waarschijnlijk recessief, wat expressie des te zeldzamer maakt.

Darwin schreef al over dit botanische verschijnsel en kweekte pelorische vingerhoedskruiden. De term pelorisch zou zijn afgeleid van het Griekse peloros, dat monsterlijk betekent. Ik vind zo’n monsterlijke topbloem wel wat hebben.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 31 mei ’24)

 

DELEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *