Lijster in de sneeuw

Een lezer mailde in december dat hij een lijster hoorde zingen. Geen merel, maar een zanglijster. Dat is vroeg, meestal komen zanglijsters in februari pas op gang, nadat de eerste in januari begonnen te zingen.
In de winter zijn er veel minder zanglijsters in Nederland. Veel van de in Nederland broedende en uitgebroede zanglijsters trekken namelijk in oktober naar Engeland of Frankrijk. Vooral tijdens vorst wil het noordoosten des lands nog wel eens leegstromen. In het zuidwesten overwinteren meer lijsters.
Toch zie ik ook in het noordoosten weleens een zanglijster in de winter. Bij ons in de tuin bijvoorbeeld, en op Schiermonnikoog – noordoostelijker kom ik zelden. Zelfs tijdens de recente, koude winterdagen met sneeuw zat er minstens één zanglijster in de tuin. De foto is het bewijs. Het is geen beste foto, ik heb wel mooiere, maar niet van een zanglijster in de sneeuw. De foto is gemaakt door een strategisch opgehangen wildcamera die op bewegingen reageert met het maken van een foto.
Misschien is deze zanglijster dezelfde als die vorige lente zijn blijde lenteboodschap verkondigde. Misschien gaat hij dat binnenkort weer doen. Maar de kans is groot dat hij in oktober uit Zweden is gekomen en dat hij in februari weer naar zijn noordelijke thuisland vertrekt.
Een heleboel Scandinavische zanglijsters doen namelijk in de herfst Nederland aan op hun vliegreis naar het zuid(west)en. Sommige van die noorderlingen blijven de winter bij ons. Een Zweed, Noor of Fin draait zijn vleugel niet om voor een pak sneeuw.
Die sneeuw maakt het wel lastig om wormen, slakken en larven te vinden. De bessen beginnen op te raken, dus valt zo’n winterse zanglijster gretig aan op rozijnen, kattenbrokjes en appelklokhuizen.
Zanglijsters lijken op mereldames, allebei bruin, maar het bruin van de zanglijster is lichter. Een zanglijster heeft een egaal beige bovenkant. Zijn of haar borst is gelig, de buik vrijwel wit. Dat geel en wit van borst en buik is bespikkeld met omgekeerde hartjes.
Het zanglijsterlied bestaat uit gevarieerde strofen, die elk enkele keren herhaald worden. Ik krijg jaarlijks in februari wel post van een lezer die een nachtegaal dacht te horen. Ik verwed er mijn koninkrijk onder dat het een zanglijster was.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 13 januari ’26)