Stadsvogels krijgen stompe snavels

Zonder mensen in de buurt krijgen stadsvogels langere snavels. Dat blijkt uit een publicatie over grijze junco’s in PNAS (15 december 2025). In Los Angeles zijn junco’s wat huismussen zijn bij ons. In de stad hebben de vogels stompere, kortere, dikkere snavels dan hun soortgenoten op het platteland.
Dat kan aan van alles liggen: slijtage in de stenige omgeving, een warmer leefgebied, een ander voedselaanbod. Vogelonderzoekers van de Universiteit van Californië in Los Angels vermoedden de laatste oorzaak, want voedselkeuze is een oude bekende in relatie tot snavelvorm. Meestal hebben zangvogels die vooral zaden eten relatief stompe snavels: vinken bijvoorbeeld. Insecteneters zoals mezen hebben spitsere snavels. Maar om de menselijke invloed te onderzoeken zouden ze de mensen een tijd in huis moeten opsluiten, en dat…
…deed Corona voor hen. Van maart 2020 tot september 2021 was er een lockdown en vermindert de menselijke drukte met 86 procent. En prompt werden er junco’s met langere, dunnere snavels uitgebroed. Snavels zoals de vogels in het buitengebied hebben.
Hoewel: prompt? Nee, de generatie van 2020 kwam zo kort op het begin van de pandemie uit het ei, dat er nog geen effect te zien was. Maar in 2021 hadden junco-kuikens significant scherpere snavels. En een nog lente later, ruim een half jaar na de lockdown, kregen de stompe snavels weer de overhand, zoals ze dat voor de pandemie ook al hadden. De verhouding lengte/breedte van de snavels was onder de coronageneratie bijna anderhalf keer zo hoog als voor en na de lockdown.
Die stompe of juist scherpe snavel hadden jonge vogels reeds. Het was dus geen gevolg van slijtage door op stenen naar kruimels te pikken. Een stompe snavel is waarschijnlijk geschikter dan een spitse om patat-, pizza- en hotdogresten mee te eten, evenals zaden en kruimels op voedertafels. Een onwaarschijnlijke, maar nog niet geheel uit te sluiten verklaring zou kunnen zijn, dat er dankzij de lockdown meer stomp-gesnavelde vogels van buiten de rustige stad binnentrokken.
Maar volgens de onderzoekers hebben ze een voorbeeld van razendsnelle evolutie te pakken.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 15 januari ’26)