Een lust voor oog en neus

Een lust voor oog en neus

Maarts viooltje. Foto Koos Dijksterhuis
Maarts viooltje. Foto Koos Dijksterhuis

De eerste wilde viooltjes die in bloei komen zijn de maarts(e) viooltjes. Die kunnen met hun allen de grond onder een nog kaal loofbos paars doen kleuren. Ook in de tuin zijn ze prachtig. Paars is trouwens een te gemakzuchtige benaming van de kleur, die meer naar blauw neigt dan naar rood. Het is dan ook violet. Sterker nog: die kleur zou zelfs naar de plantenfamilie genoemd kunnen zijn, omdat veel soorten viooltjes violet zijn. Toch lijkt het waarschijnlijker dat de planten naar de kleur zijn genoemd. Het woord violet is terug te voeren op Middeleeuws Frans. Met een muziekinstrument heeft dat voor zover bekend niets te maken, die viool stamt uit het Italiaans.

Enfin, dat het maarts viooltje paarse tapijtjes kan vormen, dankt de plant aan het vermogen zich bovengronds uit te breiden via wortelstokken, door botanici stolonen genoemd. Op knopen in die wortelstokken groeien de rozetten waaruit nieuwe plantjes met hun bloemen verrijzen. Zo worden de violette tapijten gevlochten.

Bovengronds groeit het sneller dan ondergronds, omdat er geen weerstand is en misschien minder afleiding in de vorm van voedingsstoffen. Dat laatste bedenk ik zelf en zou onzin kunnen zijn. Dat eerste misschien ook, want aardappels verspreiden zich met ondergrondse wortelstokken ook snel. Waarschijnlijk zorgt het overslaan van het gehannes van de geslachtelijke voortplanting voor de snelle uitbreiding. Vegetatieve vermeerdering wordt dat genoemd: de nieuwe plantjes zijn klonen van de moederplant.

De violette bloemen van het maarts viooltje hebben een klein geel hartje, dat het vruchtbeginsel is. Daarheen worden bijen gelokt via een soort landingsbaantje op het onderste kelkblaadje: donker paarse strepen die het honingmerk genoemd worden.

Behalve een lust voor het oog is het maarts viooltje een lust voor de neus. De bloempjes verspreiden een zoete geur die bedwelmend is. Na het opsnuiven ervan zijn de geurreceptoren heel even verdoofd, zodat je algauw nog eens diep moet snuiven. Het lijkt wel een verslavend middel.

Die geur is een handig determinatiekenmerk dat het maarts viooltje onderscheidt van bijvoorbeeld het bleeksporig bosviooltje en het hondsviooltje.

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *