Het geluid van wilde zwanen

Het geluid van wilde zwanen

Wilde zwaan Foto Koos Dijksterhuis
Wilde zwaan. Foto Koos Dijksterhuis

Meestal zie ik in november de eerste wilde zwanen. Soms grazend op weilanden in Noord-Groningen, soms dobberend op het Veluwemeer, maar meestal zomaar ergens in de lucht. Boven onze tuin bijvoorbeeld. Ineens vliegt er een groepje van die schoonheden over. Ze riepen al dat ze eraan komen; ik hoor ze vaak voordat ik ze zie, en ik zie ze omdat ik ze hoor.

Wilde zwanen maken een fraai, toeterend geluid. Ik vind het bijna even mooi als de roep van kraanvogels. Ietwat klaaglijk, als een saxofoon. Hun vleugels zwiepen geruisloos, waarin ze verschillen van knobbelzwanen, wier vleugels een vegend geluid maken – ook prachtig trouwens.

Wilde zwanen zijn ongeveer even groot als knobbelzwanen, zij het vaak iets slanker. Ze hebben geen knobbel boven hun snavel. De bovenkant van hun snavel is juist heel recht. De snavel is bovendien niet oranjerood maar geel met een zwarte punt.

Wilde zwanen zijn vanouds wilder dan knobbelzwanen, die als pronkvogels gehouden werden. De meeste knobbelzwanen zijn echter ook wild, op de stadse zwanen na die zich brood laten voeren. Wilde zwanen laten zich niet door brood verleiden. Ze grondelen te water naar de knolletjes van fonteinkruiden. Langs hun trekroute van hun broedgebied Scandinavië, Finland en Rusland naar hun winterverblijf Nederland poepen ze fonteinkruidzaden uit, die soms ontkiemen, zodat ze langs hun reisroutes hun eigen voedsel verbouwen. In Nederland is het eiwitrijke gras op de eentonige turboweilanden onweerstaanbaar voor de zwanen, en ook de op akkers achtergebleven korrels en bietenresten versmaden ze niet. Overigens broeden er de laatste twintig jaar enkele wilde zwanen in vooral Drenthe.

Kleine zwanen komen ook ’s winters naar Nederland, uit hun Siberische broedgebieden. Ze lijken op wilde zwanen, maar zijn een stuk kleiner en hebben geen geel-met-zwarte, maar een zwart-met-gele snavel. Het zwart van de snavelpunt reikt bij hen tot over de helft van de snavel – alleen het snavelbegin is geel. Toen ik als vijftienjarige mijn eerste winter als vogelaar beleefde, zag ik meer kleine zwanen dan wilde. Dat is tegenwoordig andersom. Eén dezer dagen verwacht ik hun saxofoon weer te horen.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 7 november ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.