Berenklauw met bloemvlieg en strontvlieg

Volgens de boeken hoort de gewone bereklauw tot in oktober te bloeien, maar ik zag er woensdag 5 november minstens twee in volle bloei. Ze worden door botanische leken meestal verafschuwd als zijnde een woekerende exoot die bij aanraking brandblaren veroorzaakt. Dat betreft echter de reuzenbereklauw. En dan alleen als je die gaat plukken, en er sap op je huid druppelt, terwijl de zon schijnt. Ik ken niemand die in de zon met blote handen bereklauwen plukt en ook niemand die er ernstig door aangebrand is.
Dat bereklauwen (net als koningskaarsen, grijskruiden, teunisbloemen) onbekommerd doorbloeien komt vast door de temperatuur. Van nachtvorst is geen sprake; het is zelfs lenteachtig warm, met de thermometer op 18 graden. Lekker buiten zitten, wandelen of in de tuin werken. Soms krijg ik het malle idee dat het klimaat lijkt te veranderen, maar dat komt doordat ik een linkse deugmens ben.
Late en lange doorbloeiers zijn een traktatie voor late insecten. De gewone bereklauw is dat vooral voor vliegen, waarvan sommige soorten tot in de herfst of zelfs de hele winter door actief zijn. Zoveel bloemen zijn er nu ook niet meer, dus een weelderige bloem krijgt er algauw een op bezoek. Een pyjamazweefvlieg bijvoorbeeld.
Op de foto staat een bereklauw met twee vliegen: de kleine zwarte is een van de bloemvliegen, die door boeren vergiftigd worden omdat ze als made geen rottend vlees, maar ontkiemende gewassen eten. Als volwassen vlieg eten bloemvliegen stuifmeel en waarschijnlijk ook nectar van bloemen, hun naam zegt het al.
De grotere bruine is een strontvlieg. Als de naam het zegt, zou die stront eten, maar nee, ook strontvliegen eten stuifmeel en vooral nectar. Wel leven ze als larve in koeienvlaaien. Die strontvliegenmaden eten geen mest, maar jagen op andere insecten die wel mest eten. De reguliere melkvee-vlaaien worden nauwelijks door insecten opgeruimd, vanwege de ontwormingsmiddelen en andere verworvenheden die erin zitten. Maar onbespoten koeienvlaaien in de natuur kunnen krioelen van de parende en eierleggende strontvliegen. Hun eitjes lijken vleugeltjes te hebben, maar dat zijn platte vliesjes waarmee ze op verse, natte, zachte mest blijven drijven.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 6 november ’25)