Herfstkrokus en wonderplant

Sinds kort bloeit er namelijk een goudmijntje in onze tuin: saffraankrokussen. Omdat ik voor mijn degradatie een jaar op het Gymnasium zat, zou ik ze liever kroki noemen, maar dan beticht men mij vast van aanstellerij. Krokussen dus.
Ik kreeg voor mijn verjaardag van mijn kinderen een doos vol gifvrije bollen. Dat zijn overwegend bollen waaruit in de lente allerlei kleurrijks verschijnt. Saffraankrokussen echter bloeien in de herfst. Dat geldt trouwens ook voor herfsttijlozen, die volgens mij bekender en algemener zijn dan saffraankrokussen.
De stijlen en stempels, ofwel de vrouwelijke geslachtsorganen van de bloem, worden uit de bloem gepulkt, gedroogd en vermalen. Daarna worden ze als smaak-, geur- en vooral kleurstof gebruikt. Saffraan smaakt bitter, ruikt honingzoet en kleurt geel.
Omdat het uit de geslachtsorganen komt, denken mensen, mannen vooral, algauw dat het spul de lust opwekt en erecties stimuleert, maar daarvoor bestaat geen bewijs. Saffraan zou ook depressies verjagen, pijn verzachten, ontstekingen remmen en – als antioxidant – de veroudering tegengaan. Stuk voor stuk eigenschappen waarvoor mensen geen bewijs nodig hebben om erin te geloven.
De adder onder het gras is dat je voor een kilo gedroogde saffraan 150 duizend saffraankrokussen nodig hebt. Wij hebben er vijftien, een procent van een procent van het benodigde aantal. Nu is het wel zo dat je al met één saffraankrokus een liter water diepgeel kunt kleuren, dus we kunnen er toch zeker vijftien keer geel van eten.
In Nederland hebben we niet zo’n saffraancultus, wat moet je met gele stamppot, maar in vele landen is de wonderplant niet uit de keuken weg te denken. In Spanje kleurt men er de paëlla mee, in Italië de risotto, in België de rijstebrij.
De meeste saffraan komt uit Iran. Mocht het niet peperduur zijn, dan is het waarschijnlijk saffloer, een in de VS, Mexico en India geteelde distel die, eenmaal vermalen, sterk op saffraan lijkt, maar die niet zoet ruikt.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 19 december ’25)