Trillende kannibaal

Trillende kannibaal

Trilspinnen. Foto Koos Dijksterhuis
Trilspinnen. Foto Koos Dijksterhuis

Er hangt een trilspin op de plek waar kort geleden (zie foto) drie trilspinnen hingen. Trilspinnen hebben een klein, langwerpig lijf met een kop, en lange, dunne poten. Ze hangen vaak aan plafonds, of bovenin kasten. Vaak verstoppen ze zich overdag, om ’s nachts op pad te gaan. Ze vangen prooien in hun rommelige webben. Die ragebollige flarden zien er onbewoonbaar uit. Toch zijn ze nog in gebruik. Trilspinnen waren er in mijn kindertijd nog niet, ze zijn vast per ongeluk na vakanties in zuidelijke landen meegekomen in auto’s, caravans of bagage. En ze hebben het zich gemakkelijk gemaakt in Nederlandse huizen. Het wemelt ervan.

Trilspinnen danken hun naam aan hun zenuwachtige getril, wanneer ze aangeraakt worden. Dat trillen schrikt af en dat is precies de bedoeling. Als ik ze toch pak, in een holle hand, bijten ze niet. Als ik ze naar buiten gooi, rennen ze terug, huiswaarts. Ze kunnen veel regen niet overleven, en vorst en ijs al helemaal niet. Soms veeg ik ze weg en zet ik ze toch maar buiten de deur. Als ik in een milde bui ben, wil ik ze wel onder een afdak of in de schuur laten, zeker als ze een zak eitjes meezeulen. Maar ook in de schuur wordt het al aardig druk met spinnen.

Spinnen zijn geen insecten, zoals bijna iedereen weet. Spinnen hebben acht poten, insecten zes. Spinnen eten wel insecten. Die blijven kleven aan het spinnenweb. Een mooie manier om van muggen en zilvervisjes af te komen. Helaas zie ik die nooit gevangen worden. Wel pissebedden. Maar vooral zweefvliegen, juffers en vlinders. En: andere trilspinnen! Trilspinnen zijn kannibalen. De vrouwtjes eten zelfs hun minnaars en hun nakomelingen op. Vandaar dat de twee onderste spinnen intussen dood zijn. Leeggezogen door moeder, het loeder.

Die trilspinnen herkennen elkaar waarschijnlijk niet als familielid (of juist wel?) en misschien niet eens als soortgenoot. Ik lees nog steeds in tekstjes over de natuur dat zwakke individuen dood moeten, zodat de soort overleeft. Dat is wel zo’n verouderd misverstand. Soorten zijn geen afgebakende categorieën. Individuen zijn dat veel meer. Het gaat in de natuur dan ook veel meer om het overleven van het individu dan van de soort.

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 18 december ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.