Groene specht in de tuin

Regelmatig is in onze tuin een groene specht te gast, soms zelfs twee tegelijk. Ze zijn vanuit huis te zien als ze aan de berk kleven. Die berk is bekleed met klimop. Klimop is ecologisch gezien een zeer belangrijke plant, onder meer als schuilplaats voor allerlei insecten. Dat hebben de spechten ontdekt, en ze zijn soms zo geconcentreerd bezig met de maaltijd, dat ze op hun camouflagegroene schouders na tussen de klimop verdwijnen.
Vaker nog dan zien laten ze zich horen, met hun schelle lach. Ook in de omgeving zien we vaak groene spechten. Die omgeving bestaat uit oude landgoederen, loof- en gemengde bossen en extensief beheerde graslanden. Er zijn oude en dode bomen waarin groene spechten een hol kunnen hakken. Toch hebben we in een boom in de buurt van de berk een spechtenkast opgehangen, want een groene-spechtengezin in de tuin lijkt ons wel wat. Maar tot nog toe schuiven ze slechts aan voor het eten.
Grote bonte gezinnen zijn er al wel. Verder hebben we een kleine bonte en een middelste bonte specht op bezoek gehad. En maandag vloog een zwarte specht over de tuin! Nu ontbreekt alleen nog de draaihals, waarvan ik hoop op een bezoek in de trektijd.
Draaihalzen houden van kort gras met verspreide bomen, dood of levend, en dat landschap bieden we aan. In het lage gras kruipen mieren waar draaihalzen gek op zijn. Ook groene en zwarte spechten eten mieren als hoofdgerecht.
Afgelopen weekend lag er een pak sneeuw waarin een groene specht minutenlang zat te wroeten. Of er mieren zaten, weet ik niet. Misschien groef hij engerlingen op.
Toen ik op mijn vijftiende van Sinterklaas mijn eerste verrekijker kreeg, waren groene spechten zeldzaam. De soort leed onder de intensieve bosbouw. Toen ik er een voor me op het bospad zag zitten, bonsde mijn hart van vreugde. In de jaren ‘90 begon de soort toe te nemen. De bossen werden geherkoloniseerd en de soort vestigde zich zelfs in het open landschap op de Grunneger klei.
Volwassen groene spechten hebben groene vleugels, een geelgroene onderrug, een grijze snavel, een rode kruin en een zwarte bril. Onder het oog zit een rode, zwart omrande teugel, die bij het vrouwtje helemaal zwart is. Als ze wegvluchten valt hun golvende vlucht op.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 8 januari ’26)