Bang voor en blij met sneeuw

Als ik ’s morgens het deurtje van het kippenhok openzet, begeven de zeven dames zich in een rij naar buiten. Daar valt van alles te halen en te beleven. Maar vandaag deinst hennetje de voorste terug. Ze wurmt zich langs de opstopping achter haar, waarna nummer twee haar kans grijpt, maar eveneens terugdeinst. De volgende doet hetzelfde. Dezer dagen zetten ze geen poot naar buiten.
Zou sneeuw te koud zijn aan de kippenpoten? Maar ze zetten niet eens één probeerstap in de witte deken. In de zachte sneeuw lijkt het mij heerlijk schrapen, pikken en scharrelen, maar daar denken de zeven samurai anders over.
Mijn dochter vertelt dat kippen dusdanig verblind kunnen worden door zonlicht op sneeuw, dat ze het nachthok niet meer terugvinden. De zon schijnt niet, maar die kan zomaar doorbreken. Op de tast hun weg vinden is kippen niet gegeven. We hebben geen zonnebrillen op kabouterformaat, dus moeten ze maar binnen blijven, de ren is groot genoeg.
Het doorzichtige deel van het dak is bedekt met tien centimeter sneeuw. In de ren is het donkerder dan anders en de twee minst tot inspanning geneigde kippen gaan maar vast op stok.
Raar verschijnsel toch, sneeuw. Stoffen bestaan, afhankelijk van de druk en de temperatuur, in gas-, vloeibare of vaste vorm. In dit geval damp, water, ijs. Als waterdamp waaruit wolken bestaan afkoelt, wordt het water. De waterdruppels vallen als regen, of bevriezen tot hagel. Maar soms koelt de waterdamp in wolken zo snel af, dat de watermoleculen al tot kleine ijskristalletjes bevriezen voordat ze waterdruppels vormen. De vloeibare fase wordt overgeslagen.
De ijskristalletjes groeien doordat er andere watermoleculen op condenseren. Ze vormen met hun allen luchtige vlokken die vanuit de grijze hoogte op aarde dwarrelen.
De hond deinst niet terug voor de sneeuw. Ze lijkt het juist wel leuk te vinden. In huis verstoppen we vaak een balletje voor haar, onder een kussen of een deken. Van dat spelletje krijgt zij nooit genoeg. Onder de witte deken buiten blijkt ook van alles verstopt te zitten: muizenholen, de plas van andere honden, een begerenswaardige stok. Kwispelend staat ze te wroeten.
(Natuurdagboek Trouw, woensdag 7 januari ’26)