Geen spinnetje

Geen spinnetje

Hertenluisvlieg. Foto Koos Dijksterhuis
Hertenluisvlieg. Foto Koos Dijksterhuis

Donderdag schreef ik over onze wolvenexcursie tussen de mensen op de Veluwe. Geen wolf gezien, geen hert of zwijn. Maar het gaat om de spanning dat je ze zou kunnen zien. En je ziet altijd wel wat.

Vogels bijvoorbeeld. We hoorden diverse bonte spechten en een zwarte, en een mezenkoortje van kool-, pimpel-, staart-, kuif- en glanskop-. Een buizerd zocht een slaapboom. Twee graspiepers doken in de hei voor de nacht. Een schrale score voor ruim twee uur rondspieden. De bossen lijken leeg te lopen, of vliegen.

Toen we ’s morgens weer twee uur hadden gewandeld door het gebied waar we vooral mensen zagen, keerden we terug naar ons hotel voor een ontbijt en koffie. De grote ontbijtzaal zat vol, zoals het restaurant ’s avonds vol had gezeten.

Ik dronk en voelde iets in mijn oor kriebelen. Een spinnetje, dacht ik. Ik probeerde het voorzichtig op de tast met mijn hand weg te nemen, teneinde het naar buiten te brengen. Maar hoewel het gekriebel ophield, kreeg ik het niet te pakken.

Daar kriebelde het weer in mijn oor, maar opnieuw wist ik het spinnetje niet te grijpen. Ik dacht: het zeilt vast aan een draadje af om meteen terug te klimmen, want zo gaat dat vaak met spinnen. En jawel, daar kriebelde het beestje alweer.

Ik veegde langs mijn oor en nu zat het op de rug van mijn hand. Het was een donker, plat diertje van een paar millimeter. Ik wilde het naar mijn handpalm dirigeren, maar het rende alarmerend snel naar mijn mauw. Ik kreeg het niet van mijn pols, het was te plat en klampte zich stevig vast. Het had zes geleedpootjes, geen zeven. Het was dus een insect en ik herinnerde me wat het was: een hertenluisvlieg. Ooit heb ik hertenluisvliegen door een bos zien vliegen, maar eenmaal een hert geënterd, vallen hun vleugels af. Ze banen zich een weg door de vacht en zuigen bloed.

Je ziet altijd wel wat!

Hertenluisvliegen drinken liever hert dan mens. Toch had ik weinig zin in mijn gastheerschap. Ik gaf het beest een onverwacht zetje, het viel op mijn lege bord, en als een ober liep ik ermee naar buiten. Ik hoopte dat de portier zou zeggen dat er geen servies naar buiten mocht. Dan zou ik zeggen: ‘ik zet even een hertenluisvlieg buiten!’

 

(Natuurdagboek Trouw, maandag 20 oktober ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.