De kolganzen komen

De kolganzen komen

Kolganzen. Foto Koos Dijksterhuis
Kolganzen. Foto Koos Dijksterhuis

Begin oktober vloog er een groep zanglijsters over mijn tuin, in zuidwestelijke richting. Ik dacht dat de lijstertrek pas twee, drie weken later piekte, maar er zijn natuurlijk altijd vroegelingen. Vreemder vind ik het dat ik eind september al grote V-formaties kolganzen over zag komen. Ooit was dat november.

Je zou denken: door klimaatverandering is de toendra langer geschikt als verblijf- en foerageerplaats. Maar in het hoge noorden heeft klimaatverandering niet zo’n eenduidig effect, integendeel.

Het weer is er wispelturiger dan ooit. De ene zomer smelt de sneeuw pas in juli, de andere zomer verdwijnt ie begin juni al voor de zon. Nu eens is het wekenlang regenachtig en bewolkt, dan weer wolkenloos en droog. Er kunnen meer of minder lemmingen zijn, minder of meer poolvossen, en dus meer of minder kansen voor kuikens.

Als ze nat en onderkoeld raken, opgegeten worden of weinig te grazen hebben, mislukt een broedsel en kunnen de kollen net zo goed alvast naar hun winterverblijf aftaaien.

Ik hoorde ook eens een ganzenkenner zeggen dat er in Oost-Europa meer op ganzen gejaagd zou worden, en dat de grazige weiden waar ze onderweg op neerstrijken voor wat proviand, schaarser en kariger worden.

Het lijkt me sterk dat jacht ze naar Nederland jaagt. Juist het staken van de jacht leidde tot de toename van in Nederland overwinterende ganzen. Jacht of niet; het aantal kolganzen dat bij ons overwinter is toegenomen tot bijna een miljoen. Het aantal stijgt niet meer, maar daalt ook niet.

Als ik op internet informatie zoek over de vroege komt van kolganzen, vind ik geen verklaring, maar wel tientallen opmerkingen dat ze zo vroeg zijn. Dat begon vijftien jaar geleden al, dus ik merk oud nieuws op.

Kolganzen lijken op grauwe ganzen, maar hebben een witte kol rond de snavel. Ze zijn wat kleiner en volwassen vogels hebben hun buik vol zwarte dwarsstrepen. Grauwe ganzen zijn wat lichter en bonter van kleur. Grauwe ganzen gakken als boerenganzen, kolganzen maken een hoog, keffend geluid. Beide soorten stappen vaak samen door de velden, en dan zijn de verschillen goed te zien.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 17 oktober ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.