Arendshorst tegen de vlakte

Arendshorst tegen de vlakte

Zeearenden op nest. Foto Koos Dijksterhuis
Zeearenden op nest. Foto Koos Dijksterhuis

We wonen op loopafstand en dus wandel ik vaak langs (het) Frieseveen, de plas die door de Meerweg van het Paterswoldsemeer is afgesneden. Aan de overkant is door een recente storm een gat geslagen in wat eerst een bosrand leek. Nu zijn de kerk en flat van het dorp Haren zichtbaar.

Tweehonderd jaar geleden huurde het welvarende Haren arbeiders in om het veen af te graven. Die arbeiders kwamen uit Zuidoost-Friesland, waar ze weinig anders deden dan veen afgraven.

Toen het Friese veen afgegraven was, werd de kuil gebruikt als vuilnisbelt. Het is het Naardermeer van Groningen. Ik vind soms oude emaille theepotten, emmers, en meer afdankertjes. Er was destijds gelukkig nog geen plastic en we vervingen ook nog niet jaarlijks ons hebben en houden. Hopelijk sluimeren er geen roestige gifvaten in de bodem.

Ik heb er in en na mijn studententijd vaak een roeiboot gehuurd, maar de verhuur is nu gesloten en je mag er niet zomaar meer varen. Ik wandel er des te meer en als niemand kijkt sluit ik bij snikheet weer een eindje zwemmen niet uit.

Anderhalf jaar geleden vlogen er twee jonge zeearenden uit een gigantisch nest. Het nest was van verre te zien vanaf sommige plekken langs het meer en vanuit de vogelkijkhut, als een enorme takkenbos, hoog in wat die bosrand leek. Ik zag ze er vaak opzitten, en zag bijna dagelijks zeearenden overvliegen, soms twee of drie tegelijk.

Afgelopen januari zaten ze regelmatig op het nest; zeearenden beginnen altijd vroeg. Hun twee jongen waren, hoorde ik van zowel meer als minder betrouwbare bronnen, allebei in hun eerste winter doodgegaan. De ene was in de Noordoostpolder door een windturbine uit de lucht geslagen, de andere had wellicht vogelgriep.

In februari viel er een dik pak sneeuw. Of dat de reden is, weet ik niet, maar daarna zag ik ze nog maar een paar keer op het nest. Misschien was het besneeuwde nest verzakt. Ik zag ze ook minder vaak overvliegen. En laatst, met een storm, is hun boom afgeknapt. De topzware kruin sloeg met nest en al tegen de moerasgrond.

In wat de bosrand leek zit nu een gat waardoor de Harense hoogbouw te zien is.

(Natuurdagboek Trouw, maandag 6 oktober ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.