Dieren in de grond

Vandaag beginnen de Bodemdierendagen. Twee weken lang vragen het Instituut voor Ecologie en de Wageningen Universiteit aandacht voor het bodemleven. Wat er in de grond leeft aan gedierte tart ieder voorstellingsvermogen. Bodemdiertjes houden de bodem gezond, zodat er ook bovengronds van alles kan leven.
Tijdens de Bodemdierdagen gaan kinderen en andere belangstellenden met een zoekkaart (bodemdierendagen.nl/) op zoek naar tien groepen bodemdiertjes. Dat zijn regenwormen, pissebedden, naaktslakken, huisjesslakken, spinnen en hooiwagens, kevers, mieren, miljoenpoten, duizendpoten en, als enige zoogdier en vreemde eend in de bijt, de mol.
Voor een kind dat een aardmuis ziet scharrelen lijkt het me teleurstellend dat ie niet op de lijst aangevinkt kan worden. Muizen halen zelfs de aanbevelingslijst niet van dieren die wat meer bekendheid verdienen. Op die lijsten prijken wel springstaarten en aaltjes.
Aaltjes zijn microscopisch kleine wormpjes. Al bestaat er een reuzenaaltje van acht meter lengte. Een lintworm is er niets bij! Als je in Nederland een handje zand uit de tuin zou inventariseren, kun je minstens honderd tot wel vierenhalf duizend aaltjes tegenkomen! Er zijn in Nederland twaalfhonderd soorten. Er zijn aaltjes die zich in naaktslakken boren, die daarvan doodgaan. Die aaltjes kun je in zakjes kopen, maar ze zijn duur. Probeer ze maar eens te kweken, dan snap je wel waarom.
Aaltjes eten ook plantenresten en schimmels. Zelf worden ze gegeten door springstaarten, ook zo’n onbekende insectengroep. Het is niet bekend hoeveel soorten springstaarten er zijn, maar in Nederland zijn er minstens 250. Zij zijn eveneens piepklein, maar wel wat dikker dan aaltjes, en met het blote oog waarneembaar. Op vochtige potgrond van een kamerplant kun je ze soms zien springen of scharrelen. Ze zijn ongevaarlijk.
Het schadelijkste dat een mol doet, is regenwormen eten. Zonder regenwormen zijn er geen weidevogels en blijven gevallen boomblaadjes eindeloos liggen. Toch laten wij mollen in onze tuin hun gang gaan. Mollen halen vruchtbare aarde naar boven en zorgen voor lucht in de grond. Een molshoop levert prima potaarde en op het rulle, kale zand ontkiemen weidebloemen die we erop zaaien. Zo werken mollen mee aan het omturnen van een monotone grasmat in een bloemrijke weide, met her en der een reliëfje.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 25 september ’26)