Braam

Braam

Braam. Foto Koos Dijksterhuis
Braam. Foto Koos Dijksterhuis

Toen we ons boerderijtjeshuis betrokken, ging de grote tuin schuil onder een drie meter hoge wildernis van bramen. We houden van wildernissen, maar willen ook bloemenweiden en enfin, als je bramen hun gang laat gaan, is er geen houden meer aan. Toen we de bramen te lijf gingen, kwamen er boompjes, een bank, een compostbak en een schuur tevoorschijn. We snoeiden de bramen niet met machines, maar met onze handen die vaak onder de dorens zaten. Vooral die kleine dorentjes zijn gemeen. Ze steken dwars door een tuinhandschoen heen. Braam vormt een effectieve afrastering – geen prikkeldraad nodig.

Ondertussen plukten we bramen en kwamen we de bewoners van de braamstruiken tegen, waaronder veel wantsen en spinnen. Een tijgerspin hing in haar web. Die lieten we ongemoeid, met een stuk braamstruik. Hier en daar mocht een braam blijven. Hetzelfde beleid pasten we toe op pitrus en nog een paar woekeraars die het dankzij de jarenlange vervuiling met nitraten en fosfaten uitstekend doen.

Maar niet alle bramen zijn van die mestliefhebbers. Dat betreft vooral de dijkviltbraam die wij hadden, terwijl bijvoorbeeld de koebraam een vrij zeldzame soort is van voedselarmere, kalkrijke grond in de Delta. En zo zijn er nog een paar honderd braamsoorten, met allerlei kleurverschillen in blad, stengel, dorens, bloemen. Ook de vruchten verschillen in omvang, vorm en kleur, al zijn ze meestal donkerpaars tot bijna zwart.

Ik loop regelmatig een rondje langs de braamstruiken die onze snoeibeurt doorstonden, en pluk dan de bramen. Als kind vond ik de bramenpluk-uitjes altijd leuk. De sappigste bramen hingen altijd net buiten bereik, maar met wandelstokken en paraplu’s trokken we ze naar ons toe. Emmertjes vol bramen.

Intussen zijn die bramen alleen maar algemener geworden; ik zie ze werkelijk overal. Langs drukke paden zijn de vruchten groen of rood, want daar komen veel potentiële plukkers langs. Maar angst voor de vossenlintworm weerhoudt veel wandelaars van de pluk. De laatste jaren hoor ik dierenvrienden protesteren omdat er geen bramen meer voor vogels overblijven. Nou, ik kom veel braamstruiken tegen waaraan de bramen hangen te verdrogen en verrotten. Geen vogel bij te zien. Die eten liever meidoorn- en lijsterbessen. En vlier, hulst, kardinaalsmuts, vogelkers, vuilboom.

De kippen zijn wel verzot op bramen. Wij ook.

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 24 september ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *