De ramen rinkelen, de hond huivert

Vijf procent van de fijnstof die we in Nederland de lucht inblazen is te wijten aan oudejaarsnacht. Iedereen met astma kan maar beter naar het buitenland vluchten. Dan mis je meteen de rookwolken vol kooldioxide en zware metalen, en vooral de herrie.
Wij vluchten naar Duitsland. Daar bloeit weliswaar een vuurwerksector, maar die produceert vooral voor de export. Naar Nederland. In geen Europees land wordt zoveel vuurwerk verstookt als in Nederland. Zouden voorstanders van dit gebruik beseffen dat het grote knallen pas 75 jaar geleden begon? Immigranten uit Indonesië namen Chinees vuurwerk mee. Voor zover een traditie is het dus een exotische traditie.
Wij vluchten niet omdat wijzelf de stilte verkiezen boven het oorlogslawaai thuis. Wij vluchten vanwege de hond. Onze hond is vorige jaarwisseling zo geschrokken dat ze een week niet de deur uit durfde. Ze moest soms met hoge nood maar repte zich dan met de staart tussen de poten weer naar binnen.
Wie er oor voor heeft, merkt dat het geknal het hele jaar doorgaat, en na de zomer zwelt het aan. Zelf kan ik me ervoor afsluiten, maar het gedrag van de hond doet me vaak beseffen dat er net een knal klonk. Hond staakt haar gesnuffel en gekwispel, krimpt ineen en kruipt huiverend onder een struik, of drukt zich tegen de grond. Daar zet ze zich schrap. Het presenteren van lekkernijen haalt niets uit. Ze wil naar huis. In huis schuilt ze in haar bench. Na enige tijd komt ze tot bedaren en tevoorschijn, tot de volgende knal.
Er loopt soms een groep jongens van ik schat 14 tot 20 door het dorp. Ze vernielen prullenbakken en ander straatmeubilair, laten een spoor van brandjes achter en vuurwerkafval met Duits opschrift. Hun wandelingen gaan gepaard met achteloze knallen, die de ramen doen rinkelen.
Ieder jaar verbreken Nederlanders het vuurwerkrecord. Dit jaar wordt het helemaal een gekkenhuis, omdat het de laatste jaarwisseling is voordat het vuurwerkverbod het volksverzetje verijdelt. Ik moet nog zien of het volgend jaar minder wordt – de genoemde jongens wordt ondanks vele meldingen nu ook al geen lucifer in de weg gelegd. Wij blijven vluchten. Liever gelukszoekers dan voetzoekers.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 4 december ’25)