Darwins wormen

Charles Darwin is bekend van zijn evolutietheorie, die geen theorie meer is, maar waarvan dagelijks door iedereen voorbeelden waargenomen kunnen worden. Al is er van alles aan zijn ‘theorie’ verbeterd en geschaafd, Darwin is nog altijd actueel. Je zou hem een meme kunnen noemen.
Zijn standaardwerken De oorsprong der soorten en vooral De reis van de Beagle zijn nog altijd alleszins leesbaar. Zijn dagboeken zijn ook leuk. Darwin komt eruit naar voren als een jongen die liever in de natuur naar kevers zocht dan in een collegebank zat. Behalve kevers hadden zeepokken, eendenmosselen, orchideeën en vleesetende plantjes zijn speciale belangstelling. En regenwormen, vooral regenwormen. Veertig jaar lang bestudeerde hij regenwormen.
Regenwormen werden in zijn tijd als smerige onderkruipsels beschouwd, die dood en verderf vertegenwoordigden. Darwin toonde aan dat regenwormen essentieel zijn voor de vruchtbaarheid en structuur van de bodem. Hij schreef: ‘Men kan betwijfelen of er veel andere dieren zijn die zo’n belangrijk aandeel in de geschiedenis van de wereld gespeeld hebben als deze schepsels.’
Sommige soorten regenwormen leven dieper in de grond dan andere. Rode regenwormen leven vlak onder het maaiveld. Ze graven gangen waardoor de bodem belucht raakt, ze trekken dode bladeren de grond in – soms staan blaadjes rechtop in de kier tussen twee tegels, als een worm eraan gesjord heeft.
Merels, grutto’s, scholeksters, kieviten, buizerds, steenuilen en andere vogels eten graag regenwormen. Die wanen zich ondergronds veilig, tot er een mol nadert. Wegwezen! Voor mollen en nattigheid vluchten regenwormen naar boven. Voor kou, droogte en mestinjectors vluchten ze juist naar diepere gronden. Mollen achtervolgen hen daar, maar vogels kunnen er dan niet meer bij. Ook voor licht vluchten ze de grond in. Hoewel ze geen ogen hebben, nemen zowel hun kop als hun kont licht waar.
In de brugklas moesten wij leerlingen bij biologie een experiment bedenken en uitvoeren. Ik sneed vier regenwormen doormidden, in de veronderstelling dat er dan acht zouden zijn. Helaas stierven ze allemaal. De inwendige worm zit complex in elkaar, inclusief goed ontwikkeld zenuwstelsel. Misschien dat een worm het overleeft als je alleen een kontje afsnijd, maar het is een wreed experiment dat ik zelf nooit meer zou doen. Darwin zou zich in zijn graf omdraaien.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 1 oktober ’26)