Baas boven baas

Vanuit de Randstad veroverden ontsnapte en verwilderde Nijlganzen de rest van het land. Zelf deed ik dat ooit ook. Ik verliet op mijn zeventiende de Randstad en verwilderde rap in het noorden des lands waar ik, behoudens enkele jaren in verre buitenlanden, en deeltijdbewoning in Den Bosch, Boxtel en Haarlem, altijd bleef en nog steeds woon. Mijn haren zijn wild gebleven maar aanzienlijk grijzer, terwijl mijn leefstijl getemd is.
De Nijlganzen hier zijn ook helemaal ingeburgerd en houden er een huiselijke leefstijl op na, met een bloeiend gezinsleven dat vaak in de winter al begint. Veel vogelaars en natuurkenners kijken neer op de exotische en van oorsprong voor de sier gehouden pronkvogels. Ze beseffen niet dat die ganzen zich niet vrijwillig lieten kortwieken. Ze zijn toch maar mooi ontsnapt en verwilderd in een vreemd continent. Knap eigenlijk.
Nu zijn die Nijlganzen handig in het afpakken van andermans nest. Ze broeden graag hoog en droog in een boom, waar bijvoorbeeld een kraaiennest bezet kan worden. Er zijn er zelfs die buizerds of haviken van hun nest jagen. Ja, die Nijlganzen zijn ons er een. Ik zeg er niks van, ik heb zelf in een kraakpand gewoond.
Hun kuikens, pullen genoemd, kunnen een val van tien meter overleven. Ze hebben botten die soepel zijn als rubber. Daarbij wordt hun val gebroken door takken, bladeren en planten en strooisel op de grond. Bovendien remmen ze hun valversnelling af, door met hun korte vlerkjes te fladderen.
Al een paar jaar zie ik bij ons in de buurt dat een stelletje Nijlganzen een ooievaarsnest in beslag neemt. Ook deze lente deden ze dat. Op 17 maart, toen de ooievaars nog maar net waren teruggekomen uit hun winterverblijf, nam het ganzenpaar plaats op het ooievaarsnest bovenop en afgetopte eik. Ze stonden erop alsof ze nooit anders hadden gedaan. Ze gingen zitten, plukten wat aan een takje hier, rangschikten een twijgje daar. Het wachten was op de eerste paring en het eerste ei.
Daar kwam het niet van. De ooievaars staakten hun rondstappen door de velden in de omgeving en grepen in. Op 19 maart stonden ze glorieus op hun nest; baas boven baas. Nijlganzen, die haviken de baas zijn, kunnen kennelijk niet op tegen de dolksnavels van de ooievaars.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 22 mei ’26)