Zouttolerant tussendoortje

Aan de rand van de Waddenzee groeien allerlei soorten zouttolerante planten. Sommige groeien hoog op de wat oudere kwelders en krijgen bijna nooit meer zeewater over zich heen, andere groeien op het wad en overstromen met iedere vloed.
De meest zouttolerante plant van Nederland is zeekraal. Er zijn twee of drie soorten zeekraal maar ik hou me voor het gemak maar even bij het overkoepelende zeekraal. Zeekraal is eetbaar, sterker nog: het is een delicatesse. Tijdens onze barre expedities naar de oostpunt van Schiermonnikoog vonden mijn kinderen zeekraal altijd een attractie.
Dat zeekraal lekker is, weten veel mensen. Dat het een zeeplantje is, zal vanwege de naam geen verbazing wekken. Dat het een zouttolerante plant is, is algemeen bekend. Het is althans het eerste wat de vele websites over zeekraal melden. Hoe zeekraal hem dat fikst, staat er nooit bij. Terwijl het een hele kunst is om in zeezout te leven!
Ik vind zeekraal rauw het lekkerst. Je zou verwachten dat het zout smaakt. Dat klopt een beetje, dankzij het aan het plantje klevende zout. Zelf is zeekraal juist fris en sappig. Als een cactus heeft de plant zijn bladeren op elkaar staan, met wespentailles gekoppeld. Elk blad heeft een vlezige wand, waarbinnen het schaarse drinkwater opgeslagen zit. De plant zit stevig vast aan zijn wortels, die je zomaar uit de zachte slijkbodem trekt. Zeekraal moet je dan ook met twee handen plukken of afsnijden. Die wortels nemen na een regenbui water op, doordat het inwendige van de wortels net iets zouter is dan regenwater. Zout zuigt water aan, dat heet osmose. De wortels houden dat water vervolgens binnen, dankzij een éénrichtingsfilter. Het water wordt na de bui dus niet door de zoute omgeving weer naar buiten gezogen. Het zeezout wordt door het filter buitengesloten.
Nu kleurt zeekraal kwelders, wadden, slikken en schorren rozerood. Zeekraal krijgt prachtige herfstkleuren. Tijdens een lange voettocht door de kwelder van Schiermonnikoog bleek echter hier en daar nog een groen, jong blaadje te vinden – een sappig tussendoortje.
(Natuurdagboek Trouw maandag 25 sept. 2017)