Tortelende tortels

Tortelende tortels

Turkse tortels. Foto Koos Dijksterhuis
Turkse tortels. Foto Koos Dijksterhuis

Voor Turkse tortels heb ik een zwak. Nu heb ik een zwak voor al wat leeft. Maar ik heb een iets zwakker hart voor dieren, een nog zwakker hart voor wilde dieren, het zwakste hart voor vogels en het allerzwakste voor duiven, waarvan de Turkse tortel misschien wel het aller-aller… enfin, ik vind ze leuk.

Tortelduifjes worden geassocieerd met verliefde stelletjes, en terecht. Verliefde stelletjes kunnen overigens nogal saai zijn voor wie er geen deel van uitmaakt. Tortels blijven als paartje het hele jaar en hun hele leven samen en zijn vanaf februari vaak te zien, terwijl ze gezellig tegen elkaar aan schurken. Soms grijpen ze elkaar bij de snavels en bewegen ze hun koppen alsof ze tongzoenen. Ze leveren dan lekkernijen uit. Zo voeren ze de eerste dagen jongen, met melk uit hun krop.

Die krop kunnen ze volvreten met zaden, graankorrels, bessen, bonen en zelfs eikels. Ze hoeven niet om de haverklap rust te nemen om de boel te verteren, ze kunnen met hun allen in één klap een ingezaaid veld kaal pikken. Daarom zijn duiven niet populair bij lieden die veel zaaien. Tel daarbij dat een gebraden duif als delicatesse wordt beschouwd en voilà, geen wonder dat de tortel uitsterft.

Uitsterft? Ja, maar dat betreft de zomertortels, ook wel echte tortels genoemd. Die zijn even groot als Turkse tortels, maar hebben oranjebruine, zwartgevlekte vleugels. Ze missen de zwarte nekstreep en hebben in plaats daarvan zwartwit gestreepte wangetjes. Ze zijn alleen ’s zomers bij ons, of eigenlijk zijn ze er niet meer. In een halve eeuw hebben we ze vrijwel allemaal uit ons land weggejaagd.

De associatie met verliefden begon vast door echte en niet door Turkse tortels. Anders zou het wel een heel jonge associatie zijn, want pas in 1949 doken Turkse tortels voor het eerst in Nederland op. Ze waren destijds een bezienswaardigheid. Ze veroverden echter rap het hele land, en namen de rol van liefdessymbool over van de zomertortel.

Ze doen dat met verve, het moet gezegd. Met hun jaarronde, levenslange geliefden leggen ze veel eieren. Dat doen ze in februari en dat doen ze de hele zomer door. Er worden wel veel eieren geroofd en uit de boom gewaaid. Intussen gaat ook de Turkse tortel weer achteruit.

(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 3 maart ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *