Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Mauretaans dagboek: Zes reuzensnavels

Mauretaans dagboek: Zes reuzensnavels

Mauretanië. Drietenen tellen en aflezen in Iwik
Mauretanië. Drietenen tellen en aflezen in Iwik

Het dorpje Iwik is een Imraguen-dorp. Imraguen is een verzamelnaam voor Mauretaanse vissers die geen zwarte huid hebben, maar ook geen Arabieren zijn. In de Banc d’Arguin mogen de Imraguen van Iwik vissen, maar verder niemand. En zij mogen alleen vissen met ongemotoriseerde schepen. Regelmatig vissen er Senegalese illegalen met motorbootjes. Soms, als er een internationaal inspectieteam bij is, rukt de politie uit om bootjes af te pakken en vissers af te blaffen.

De vissers van Iwik varen door een diepe geul naar hun dorp. Hun stoere, houten zeilschepen zijn een schilderachtige achtergrond als we bij het klapnet op een vangst wachten. ’s Morgens vroeg houden rijen steenlopers de relingen bezet, allemaal op één oranje poot, hun kop in de veren. In de verte zweeft een roze linie flamingo’s over de donkerblauwe zee, witte zilverreigers en zwarte rifreigers, verschillende soorten sterns; er zijn genoeg vogels te zien. Soms dendert een torpedo voorbij, die zich in een uiteen stuivende wolk steltlopers stort. Dat is dan een Barbarijse valk, een slechtvalk of een lannervalk. Meeuwen zijn er ook. Mantelmeeuwen, grijskopmeeuwen en vooral dunbekmeeuwen. De laatste komen af op de rottende visprut die dorpelingen hebben gestort, en waar wij het net hebben geplaatst. We vangen ze zelfs, maar laten ze meteen weer vrij. Er komen nog lijviger gasten af op de rottende vis-aroma’s. Ze komen aangepeddeld en beklimmen de hoge, steile strandwal. Dat kunnen wij niet zien, maar ineens verschijnen er zes grote, witte vogelkoppen met zes reuzensnavels. Ze gluren over de strandrand, maar komen niet hoger. Zes bakkesen van pelikanen.

(oorspronkelijk gepubliceerd 24 jan. 2009)

DELEN
Oranjetip in Flevoland

Oranjetip in Flevoland

Oranjetipje. © FOTO GERBEN

Deze lente struin ik wekelijks door Flevoland. Voor die provincie schrijf ik een boek over de Flevonatuur. Flevoland is beroemd om de Oostvaardersplassen en zeearenden. Maar er is veel en v

eel meer natuur. De maagdelijke, kalkrijke bodem zorgt er voor een keur aan zwammen, varens en planten. Daarop komen vlinders af.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mauretaans dagboek: De man in blauw

Mauretaans dagboek: De man in blauw

 

Mauretanië. Wenkkrab
Mauretanië. Wenkkrab

We lopen langs zee. Honderden wenkkrabben houden ons in de gaten. Ze golven als rode tapijtjes weg. Regenwulpen kraken ze met hun lange, terneergeslagen snavel. Er liggen duizenden tweekleppigen, ze worden bloedkokkels genoemd, maar het zijn arka’s: Anadara senilis. Reuzenslakkenhuizen kruipen over dikke pakketten zeegras. De slakken hebben een schelp van soms wel dertig centimeter, maar een nog grotere voet, te groot om in het huis te verbergen. Er zijn bolle en slanke. De bolle heten Cymbium pepo, de slanke Cymbium cymbium. Die heeft een ronde richel om de top, waarop je een lege schelp kunt neerzetten.

Omdat ik schelpen zoek, blijf ik achter. Een man in een blauwe jurk en hoofddoek loopt al een tijdje achter en nu naast me. Als ik een schelp wil oprapen, schiet hij toe en grist hij hem weg, waarna hij hem mij aanbiedt. Ik neem de eerste schelp aan en zeg sjoekran, want Arabisch is hier de officiële taal. Meteen zwelt de stroom aangeboden schelpen aan tot onhandelbare omvang. Ik bedank nogmaals, maar nu voor de eer en haal de anderen in. We tellen strandlopers, terwijl een visarend overvliegt. Vlak naast ons gaat de blauwe man languit op het zand liggen. Blijkbaar hoort hij er helemaal bij en heeft hij niets te doen. Als we verder lopen, loopt hij weer mee. Hij zucht en gebaart dat we zo ver lopen en dat hij wil uitrusten. Glimlachend heffen wij onze handen op, ten teken dat wij het ook niet kunnen helpen. Dan verdwijnt hij in hetzelfde niets als waaruit hij eerder verscheen.

(oorspronkelijk gebpubliceerd 23 jan. 2009)

DELEN
Mauretaans dagboek: Vangst

Mauretaans dagboek: Vangst

Mauretanie. Net klaarleggen in Iwik

We zitten in het mulle zand in de schaduw van een uit drijfhout, visnet en landbouwplastic vervaardigde schutting. Het koord naar het klapnet ligt onder handbereik. Dorpskinderen en enkele volwassenen komen om ons heen staan. Ook kippen scharrelen toe. Twee schattig uitziende meisjes slepen een dood geitje mee en bieden het ons aan. Wij bedanken beleefd. Ze duwen het geitje tegen ons aan, sleuren het dan aan één poot mee naar het water en smijten het in zee. De drietenen naderen het net bijna dicht genoeg. Een man loopt er vlak langs en jaagt ze op. Ze snorren uit zicht achter de steile strandwal. Maar ze dribbelen terug. Jeroen pakt het koord en kijkt gespannen. ‘Nog heel even en dan…’ Dan rijdt de parkwachter zijn pick-up rakelings langs de scheerlijnen. De vogels vluchten. Het wachten duurt lang en de toeschouwers druipen af, rondslingerend afval vertrappend. Ook de kippen druipen af, maar een kloek met negen kuikens stevent op het net af. Daar sjouwen wat steenlopers rond en zeven drietenen. De meeste blijven net buiten bereik van het net. Langer wachten heeft geen zin. Het is vloed geweest en de vogels zullen weldra het wad opzoeken. Jeroen rukt aan het koord, het net flapt door de lucht en vangt vijf drietenen. Als bijvangst hebben we een kip en acht steenlopers, veel zwaardere jongens dan drieteentjes. De drietenen worden gekleurringd. Eén van de zeven heeft die kleurtjes al, die is vorig jaar geringd. Er vliegen al honderden geringde drietenen rond en steeds vaker wordt er op trek zo’n beestje in Europa teruggezien.

(oorspronkelijk gepubliceerd 22 jan. 2009)

DELEN
Mauretaans dagboek: De vishopen

Mauretaans dagboek: De vishopen

Het vissersdorpje Iwik ligt in het mulle zand aan zee. Het bestaat uit krotten van planken, golfplaat en platgeslagen oliedrums, bijeengegord met stukken visnet. Een strook zand aan de zeezijde fungeert als dorpsplein. Er liggen enkele lanches aan de steile strandwal: rondborstige, houten vissersschepen met één groot zeil. Het dorpsplein is tevens vuilnisbelt. Bergen visafval rotten er weg en overal slingeren vissen, visgraten en vissenkoppen rond. Er ligt zelfs een haai. Als je je voet openhaalt aan een graat, is de kans klein dat je er zonder gruwelijke infectie mee wegkomt. Toch sjouwen drieteenstrandlopers over de vishopen. Dat is moeilijk te rijmen met de veronderstelling dat broeden boven de poolcirkel hygiënische voordelen biedt, evenals overwinteren aan zee.

Aan de Noordpool en aan zee loopt een vogel minder risico op ziektekiemen, zodat een vogel energie kan besparen op het afweersysteem. Voor kanoeten lijkt dat aardig op te gaan, maar als drietenen in deze drek rotte vis en maden oppikken, dan moeten ze een microbiële dierentuin oplopen van wat heb ik jou daar. En dan bouwen ze weerstand op, want anders zouden ze ziek worden of op zijn minst zwerende poten krijgen. Jeroen is benieuwd hoe dat zit en wil uitstrijkjes nemen van keel en cloaca, het multifunctionele achterwerk van vogels. Daaruit vist Jeroen de microben.

Maar dan moeten we de vogels eerst vangen. We plaatsen een klapnet op het visafval. Het net staat op scherp, op twintig meter afstand vegen we een meter zand schoon om te wachten, een lang touw binnen bereik. Daar strijken de eerste vogels neer. Ze scharrelen naar het net…

(oorspronkelijk gepubliceerd 21 jan. 2009)

DELEN
Mauretaans dagboek: Zand als sneeuw

Mauretaans dagboek: Zand als sneeuw

Regelmatig rent een gerbil, een woestijnmuis, voor de auto weg en één keer een jakhals. De maan, Venus en het Zuiderkruis beschijnen het woestijnzand. Het Zuiderkruis is een reuzenvlieger van sterren. Na middernacht en een lange slingertocht door de zandduinen vinden we het veldstation: een tent en een huisje. Bij daglicht blijkt zich daarvoor het gigantische skelet van een vinvis uit te strekken. We lopen erlangs naar zee, een paar honderd meter door zand en duinen met stugge, verdroogde woestijnstruikjes. Ineens beweegt er iets. Een grote loopvogel, zandkleurig en formaat wulp. En nog één en kijk, tientallen. Ze sliepen onzichtbaar tussen de struikjes. Nu zien we hun gele ogen en snavels. Grielen zijn het, vogels van duinen en hei, die tot in de jaren vijftig in Nederland broedden. Over de woestijn zeilen drie velduilen; waarschijnlijk late trekvogels.

Het is eb en het wad is groen van de zeegrasvelden. Hier is het land geel en de zee groen. Zou onze Waddenzee vroeger ook zo groen zijn geweest? We lopen dwars door de sepka terug naar ‘huis’. De sepka is een kale, platte strandvlakte van hard zand met fossiele schelpjes. Tijdens winterse springvloed wordt de sepka bij westerstorm nog wel eens nat. Het wordt heet. De zon brandt te fel om zonder zonnebril rond te kijken. Het zand blikkert als een sneeuwveld. Tropisch of arctisch; het broed- en overwinteringsgebied van drieteenstrandlopers zijn de tegengestelden die elkaar raken. Beide leefmilieus zijn even hard en extreem. Ze zoeken het wel uit, die drieteentjes.

(oorspronkelijk gepubliceerd 20 jan. 2009)

DELEN
Mauretaans dagboek: Sahara aan zee

Mauretaans dagboek: Sahara aan zee

We rijden de Mauretaanse hoofdstad Nouakchott uit naar het noorden, over de nieuwe asfaltweg door de Sahara. Een ezelkar hier, een ezelkar daar, een terreinwagen, een zwaarbeladen, doorgezakte bus, wat minibusjes. Er is veel blauw op straat en wij vormen een geliefd verzetje voor de verveelde agenten. De laatste struiken gaan schuil onder plastic wegwerptasjes. Na drie uur slaan we linksaf, een zandspoor in. Vijftig kilometer piste komt uit bij nog meer blauw: de oceaan! We stappen uit bij een vissersdorpje, kijken over zee en zien een zwarte rug met een lange, zwarte rugvin.

Een orka is het. Hij duikt soms een tijdje onder, duikt dan weer op. Orka’s zullen hier wel algemeen zijn, denk ik, maar het is de enige die we zien. Jan van Genten plonzen in zee. Er vliegen dunbekmeeuwen, hun rode snavels vlammen in de zon.

Op het strand liggen rugschilden van inktvissen. We vinden een dolfijnenschedel. Die zou ik wel mee willen nemen, maar dat mag vast niet van de douane. De schildpadschilden laten we al helemaal liggen. Schelpen durf ik wel mee te nemen, al weet ik niet of dat mag.

We rijden verder over het smalle strand tussen zandduinen van de Sahara en de Atlantische Oceaan. Op een zandbank rusten kanoeten, rosse grutto’s en reuzensterns uit. Langs de waterlijn scharrelen tientallen drieteentjes, maar geen gekleurringde. Jeroen vangt en ringt ze ook op Groenland en IJsland, in Nederland en in Ghana. Hun kleurringen maken hen individueel herkenbaar. Maar als je ze wilt terugzien, moet je naar de plek waar ze geringd zijn. Drietenen zijn plaatstrouw.

(oorspronkelijk gepubliceerd 19 jan. 2009)

DELEN
Mauretaans dagboek: erheen

Mauretaans dagboek: erheen

’s Morgens om zes uur zeul ik mijn koffer naar de bushalte. Koud! Ik heb geen jas aan, want die zou straks maar ballast zijn. Ik tref Jeroen bij de trein naar Schiphol. We gaan naar Mauretanië.

In Mauretanië overwinteren tienduizenden steltlopers die in het hoge noorden hebben gebroed. Rosse grutto’s, regenwulpen, steenlopers, bontbekplevieren, bonte strandlopers, kanoetstrandlopers, krombekstrandlopers, kleine strandlopers en drieteenstrandlopers scharrelen op de slikplaten van de Moorse Waddenzee: de Banc d’Arguin. Het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) heeft er een veldstation.

Meer vogelonderzoekers van het NIOZ willen naar de Banc d’Arguin dan het aantal slaapplaatsen in de Mauretaanse woestijntent. Maar als ik een boek over drie jaar strandloperonderzoek wil schrijven, en dat wil ik, mag de Banc d’Arguin niet ontbreken. Daar vangt en ringt Jeroen Reneerkens drieteenstrandlopers.

De reislustige vogels blijken in hun winterverblijf even honkvast als in hun broedgebied in Noordoost-Groenland. Eenmaal geringd zie je ze steeds terug en dat maakt berekening mogelijk van bijvoorbeeld overlevingskans en sterfterisico. Jeroen vangt de strandlopers in het vissersdorpje Iwik, twee kilometer lopen van het veldstation.

We bereiken de Mauretaanse hoofdstad Nouakchott bij avond. De donkere stad ligt klem tussen de Sahara en de Atlantische Oceaan. Warme lucht waait de taxi in. Onzichtbaar stof nestelt zich in neus en keel. Bier, koud bier! Maar bier is onvindbaar in deze islamitische heilstaat. Ik deel een hotelkamer met twee anderen. Ik lig op een matras op de grond en word besnuffeld door nieuwsgierige kakkerlakken. Kakkerlakken zijn gezelligheidsdieren, maar mij hoeven ze niet bij hun feestjes te betrekken.

(oorspronkelijk verschenen 17 jan 2009)

DELEN
Recensie vogeltijdschrift Limosa

Recensie vogeltijdschrift Limosa

Binnenkort in vogeltijdschrift Limosa, door Leo Zwarts

tijdschrift van de Nederlandse Ornithologische Unie : http://nou.natuurinfo.nl/

Een Groenlander in Afrika. De wonderbaarlijke reis van de drieteenstrandloper. Koos Dijksterhuis.ISBN 978 90 351 3424 9. Uitgeverij Bert Bakker. Prijs € 22,50.

Nadat Jeroen Reneerkens zijn promotieonderzoek aan kanoetstrandlopers had afgerond, begon hij in 2007 met een onderzoek aan Drieteenstrandlopers. Om de vogels te kunnen volgen reisde hij ze achterna naar hun Arctische broedgebieden en hun Afrikaanse wintergebieden. Hij ontdekte dat het de ideale vogelsoort is om zowel de trek- als de broedbiologie te bestuderen. Koos Dijksterhuis schreef over Reneerkens’ onderzoek een boek, “Een Groenlander in Afrika”. Drieteentjes zitten elk jaar langer in Afrika dan op Groenland, maar hij kon het boek niet “Een Afrikaan op Groenland” noemen, want een boek met die titel was al geschreven door de Togolees Tété-Michel Kpomassie over zijn belevenissen op Groenland (in 1984 in vertaling verschenen bij Uitgeverij Veen).

Het boek begint op Vlieland in februari 2007 en eindigt in oktober 2009 op Schiermonnikoog. In die tussentijd maakt Dijksterhuis, samen met Reneerkens, in de zomer vier reizen naar Groenland en IJsland, en in de winter twee reizen naar Mauritanië en Ghana. Als je het boek hebt gelezen weet je veel over drieteentjes, hun broedbiologie, hun trekwegen, enz. Je bent zelfs volledig up to date, want de allernieuwste onderzoeksresultaten zijn in het boek verwerkt. Al die informatie wordt op heel makkelijk leesbare wijze gebracht. Ook voor een niet-vogelaar is het een onderhoudend boek vol met grappige en interessante verhalen.

Dijksterhuis heeft een prachtige beschrijving gegeven van veldbiologisch onderzoek. Veldwerk is niet altijd een pretje, vooral als je dag en nacht door muggen wordt belaagd en dat roept vanzelf de vraag op “waarom doen we het allemaal?”. Reneerkens legt uit dat we zonder kennis van de natuur, deze niet goed kunnen beschermen. Die kennis moet dan wel beschikbaar zijn en dus moeten de gegevens worden uitgewerkt en opgeschreven. Maar dat is niet voldoende. De artikelen in de vaktijdschriften moeten ook worden “vertaald” voor een breder publiek. En dat is precies wat Dijksterhuis in deze 364 bladzijden heel knap heeft gedaan. De 30 kleurenfoto’s zijn goed gekozen. Een warm aanbevolen vogelreisboek. – Leo Zwarts

DELEN
Recensie Leeuwarder Courant 26 feb. 2010

Recensie Leeuwarder Courant 26 feb. 2010

De strandloper achterna

Weinig verschijnselen in de natuur zijn zo fascinerend als de vogeltrek. Het is een fenomeen dat ook schrijvers aantrekt en niet weer loslaat. Het heeft nu weer een boek opgeleverd. Een juweeltje deze keer, over het bijzondere leven van de Drieteenstrandloper: ‘Een Groenlander in Afrika’. Het is natuurjournalist Koos Dijksterhuis, bekend van zijn dagelijkse columns in Trouw, gegund. Daar niet van. Maar het is wel om jaloers op te worden, de gelegenheid die hij kreeg om onderzoeker Jeroen Reneerkens te volgen op zijn zoektocht naar de overlevingsstrategieën van het zo razendsnel trippelende strandvogeltje.

De schrijver begon als hulpje van de onderzoeker bij de vogelvangst op Vlieland, om hem vervolgens achterna te reizen naar Ghana, Mauretanië, IJsland en tot drie keer toe Groenland. Zo gaat dat, met een studie naar een strandloper die zijn overwinteringsgebied in Afrika zoekt en voor het broeden per se naar het noordpoolgebied wil.

Tussendoor wordt de waarde van ‘onze’ Waddenzee nog eens onderstreept als belangrijke tussenstop waar de vogels zich volvreten om de lange tocht te kunnen volbrengen. Het zal de aanwezigheid van dit internationaal vermaarde natuurgebied zijn dat onze biologen drijft tot expedities naar verre, soms barre oorden.

Dan blijkt het wereldje van onderzoekers dat duizenden kilometers aflegt om de vogels te volgen, ook maar klein. Joop Jukema, Theunis Piersma, Petra de Goeij en Lenze Hofstee; het zijn namen uit onze regio die vaak opduiken als het om Waddenzee en steltlopers gaat. Ook Dijksterhuis kwam ze, als vanzelfsprekend, onderweg tegen.

Het verhaal over de Drieteenstrandloper boeit van begin tot eind. Dijksterhuis is een rasverteller die het complexe leven van een vogel in broedtijd dicht bij de mensen brengt, bijvoorbeeld door typetjes op te voeren als Dries, de drieste drieteen. Daarnaast beschrijft hij de moeite die onderzoekers zich moeten getroosten om de voor hun werk noodzakelijke voorzieningen in verre oorden voor elkaar te krijgen. En hoe het is om onder primitieve omstandigheden in een onderzoekstation, vergezeld van akelig stekende muggen, toch het mooie van een expeditie in te zien.

Met het budget dat Reneerkens kreeg voor zijn onderzoek naar het reislustige vogeltje, kon hij drie jaar toe. Dat lijkt heel lang, maar het was voor de wetenschapper niet genoeg om wetenschappelijk verantwoorde antwoorden te geven op de vragen die hij zich vooraf had gesteld.

Dat is het lot van onderzoekers van complexe dingen. Als ze al een antwoord vinden, levert dat weer nieuwe vragen op. En zo blijft er voor schrijvers van natuurboeken altijd stof over voor weer een nieuw bijzonder verhaal.

– HALBE HETTEMA

Koos Dijksterhuis – Een Groenlander in Afrika

Prometheus, Amsterdam; 416 blz., €.29,95

[FOTO UIT BESPROKEN BOEK]

Drieteenstrandloper bebroedt kuikens in Groendland.

DELEN