Boterbuik

Het land is grijs, het water is zwart, de lucht is grauw. Grote zaagbekken brengen kleur in winters Nederland. Zaagbekken zijn fraai uitgedoste eenden, met lange, dunne, rode snavels. Die snavels zijn getand. Zaagbekken duiken naar vis, ze zwemmen onder water achter vis aan. Dan is zo’n zaagbek handig. Die geeft grip op de glibberige spiering. De grote zaagbek is iets groter dan een wilde eend. De woerd heeft een glanzend donkergroene rug en kop en natuurlijk die rode snavel, en een witte buik, gebroken wit. Aan die kleur dankt hij zijn bijnaam boterbuik. Grote zagers, zoals vogelaars zeggen, broeden in de taiga van Finland, Zweden en Rusland, tot ver achter de Oeral. In het stille, uitgestrekte naaldwoud leggen ze hun eieren in boomholten. Ook door nestkasten laten ze zich wel bekoren. Als er maar water in de buurt is, water met veel vis. De taiga wordt doorsneden door rivieren die koele, donkere meren voeden. …







