Natuurdagboek 2011
De onderwijzer en de natuur

De onderwijzer en de natuur

Grote pimpernel, © Jeanette Essink

Martha Altena uit Emmen herinnert zich naar aanleiding van mijn stukje over spirea dat ze begin jaren ’50 als schoolmeisje moerasspirea plukte voor thuis. Zulks deed ze op de terugweg uit school, want op de vijf kilometer heen was haast geboden. In die tijd waren de velden en bermen veel rijker aan bloemen dan nu, en vond de jonge Martha zelfs rode pimpernel, ‘met die prachtige bruinrode bolletjes’. Een haar onbekende bloem plukte ze wel op weg naar school. Althans zolang ze bij die ene meester in de klas zat, die de bloemen kende en de door leerlingen aangedragen soortenlijst bijhield op het schoolbord. Altena herinnert zich dat de teller op 330 soorten stond.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Uittorenende roze bloemen

Uittorenende roze bloemen

Koninginnekruid, © Koos Dijksterhuis

Vorig jaar schreef ik over een braakliggend veldje, waar tussen het gras allerlei ‘onkruiden’ woekerden. Canadese fijnstraal voerde de boventoon, zwarte nachtschade stond op 2. Dit jaar zijn die er allebei niet. Ze groeien wel in de buurt, maar niet meer op dat veldje. Het zijn dus echte pioniers, voor wie het veldje te rhuig is geworden. Nu staan er ruigteplanten als zuring en koninginnekruid. Dat heeft als een echte koningin twee namen: leverkruid mag ook.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Stobben frezen duinen open

Stobben frezen duinen open

Vuurtorenvallei, biezenknoppen Schiermonnikoog, © Koos Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog liet Natuurmonumenten afgelopen winter jong bos kappen, verhakselen en stobbefrezen. Een stobbefrees is een ondergrondse verhakselaar, een reuzenblender die de wortelkluit versplintert. Een aannemer voerde het karwei uit. Komende winter nemen de zagen, hakselaars en frezen weer een paar duinen te grazen. Na het kappen wordt er een laagje afgeplagd. Het is voor de op eenzaamheid gestelde wandelaar een vervelende verrassing: ronkende machines, rupsbandensporen en het vernietigen van levenslustige loofbomen verwacht je in de natuur niet. Een gevelde meidoorn is een treurige gezicht.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spreeuwen in vloeiende vormen

Spreeuwen in vloeiende vormen

© Koos Dijksterhuis

De spreeuwen zijn uitgebroed. Ze vormen meteen weer zwermen, ’s avonds althans. Overdag zwerven ze rond in kleiner gezelschap. Ze zoeken wormen, rupsen, slakken, bessen, appels, brood, graankorrels, kaas… Kieskeurig zijn ze niet. Toch kunnen ze moeite hebben met het vullen hunner buikjes. ’s Lands voorheen talrijkste broedvogel is op zijn retour. Dat komt doordat ze gewend waren het platteland af te schuimen en het platteland wordt qua voedselaanbod zo plat als een flatscreentelevisie.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Broeikasgassen in Nederland, mag het wat minder?

Broeikasgassen in Nederland, mag het wat minder?

Schoorstenen in Londen uit het tijdperk van de kolenkachel, © Koos Dijksterhuis

In Nederland is de uitstoot van broeikasgassen ruim een half miljoen ton CO2 per dag. Soms hoor ik op de radio een opgeruimde persoon zeggen dat ondergrondse opslag van CO2 de beste oplossing is. Onder de grond zijn we ervan af. Dan kunnen we onbekommerd doorstoken en –rijden, in afwachting van een alomvattende technologische oplossing. Lastig is wel dat Nederlanders niet boven ondergrondse opslagruimte vol CO2 willen wonen, maar met wat voorlichting zijn ze er wellicht van te overtuigen dat puur kooldioxidegas, als het een gaatje vindt, helemaal geen kwaad kan. Maar dan nog.

Ruim een half miljoen ton. Bij een temperatuur van 20 graden weegt CO2 1,84 kg per kuub. Maar laten we optimistisch zijn en ook voor het rekengemak zeggen dat er 2 kilo CO2 in een kubieke meter past. Voor een half miljoen ton is dan 250.000.000 kuub nodig. Dat is een kwart kubieke kilometer. Stel dat we de gaskamers onder Oost-Groningen daarmee vullen, scheelt het meteen in bodemdaling en aardbevingen. Het Groninger gasveld is een enorme potentiële opslagplaats. Er zou voor zeker twintig jaar aan CO2-uitstoot in passen. Daarna zien we wel verder.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Prachtige lijsterbes!

Prachtige lijsterbes!

&cppy Koos Dijksterhuis

Voor de wetenschap heet lijsterbes Sorbus aucuparia. Aucuparia wil zeggen: geschikt voor het vangen van vogels. Aucupor betekent vogelvangst in het Latijn. Lijsterbes is een voederboom voor vooral lijster-achtigen en spreeuwen. In Zuid-Europese landen gaan lijsters in de pan, in de mond en in de maag. In Nederland minder. We kijken graag op tegen de heerlijke Zuid-Europese keukens, maar dat we hier geen zangvogels eten, vind ik een pre. Vrije vogels in de lijsterbes zijn ook zeer genietbaar!

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kever in de gang

Kever in de gang

Parende rozenkevers, © Jeanette Essink

Er zit een kever in de gang. Een kleine, roodbruine kever, een centimeter van kop tot kont. Als ik ’s avonds het licht aandoe, ligt hij roerloos in een hoekje. Maar hij komt direct tot leven. Ik pak het op om hem naar buiten te jodelen. Mooi niet, dat beest wringt zich met zo’n kracht in bochten, dat ik hem tussen duim en wijsvinger niet kan houden. Het is laat, ik wil slapen, ik laat hem maar tot morgen. Als hij er dan nog zit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kattenstaart onkruid?

Kattenstaart onkruid?

© Koos Dijksterhuis

Als ze genoeg voedsel krijgen, kunnen ze twee meter hoog worden. Op schrale bodem blijven ze klein. Maar bloeien doen ze even vurig roze. Als kaarsen wijzen hun bloemen in aren omhoog. Pardon: als kattenstaarten! Hoewel de meeste katten hun staart niet vaak omhoog steken.

Als je kattenstaart intypt op een zoekmachine op internet, beland je op allerlei tuiniersites waar vrouwen klagen dat kattenstaart een ergerlijk onkruid is, dat niet uit de tuin te krijgen is. Terwijl ik die planten juist uit de natuur haal om in de tuin te zetten. Eén exemplaar is genoeg, het worden er vanzelf meer. Niet dat ze woekeren, ze zijn gemakkelijk binnen de perken te houden. Kattenstaarten onkruid noemen is net zoiets als koolmezen ongedierte noemen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Sabelsprinkhen

Sabelsprinkhen

Greppelsprinkhaan vr., © Koos Dijksterhuis

We wandelen in het Oost-Groninger Oldambt langs een plas waarin kokmeeuwen, tureluurs, kieviten en kluten rondwaden. We bereiken een bosrand. We willen het bos niet in, we willen om de plas heen, maar dan moeten we hetzij door de ruige oevervegetatie struinen van riet, wilgenroosjes en speerdistels, hetzij door de weilanden. De oevervegetatie lijkt nauwelijks doordringbaar en is verboden terrein. Natuurgebied.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Honingzoete kaasplant

Honingzoete kaasplant

© Koos Dijksterhuis

De duinen kleuren hier en daar geel van het walstro. Geel walstro bloeit met kleine gele bloemetjes die een omgeslagen randje hebben. Samen vormen die bloemetjes vrolijke pluimen. Geel walstro kan best hoog worden, een meter wel, maar blijft meestal laag. Hoog worden kost namelijk energie die op de schrale duingrond niet altijd voorhanden is.

Walstro kan ook wit zijn, dan is het waarschijnlijk glad walstro. Als walstro wat ielere bloemetjes zou hebben en grotere blaadjes, dan zou het eruitzien als kleefkruid. Geef me dan maar walstro. Het is mooi, niet zo opdringerig en het blijft niet aan je sokken hangen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN