Dankzij Shakespeare koloniseerde de spreeuw Noord-Amerika

De spreeuw is één van de talrijkste vogels van Noord-Amerika. Van Alaska tot Mexico komen spreeuwen voor. Toch kregen spreeuwen pas rond 1900 voet aan de Amerikaanse grond. Eind negentiende eeuw waren in door Europese landen gekoloniseerde gebieden zogenoemde Acclimatization Societies actief. Die hadden als doel zoveel mogelijk (wilde) planten en dieren uit het Europese vaderland mee te verhuizen naar de koloniën, waar de inheemse natuur net zo achterlijk gevonden werd als de inheemse bevolking. De New Yorkse apotheker Eugen Schieffelin was voorzitter van zo’n vereniging in de Verenigde Staten. Hij zorgde er rond 1860 voor dat huismussen poot aan de Amerikaanse grond kregen en vond dat de spreeuw niet kon achterblijven. Schieffelin had trouwens een chiquere argumentatie voor zijn faunavervalsende activiteiten. Hij was niet van de straat, hij kende zijn klassiekers. Met zijn acclimatiseringsbroeders had hij zich ten doel gesteld alle vogels die William Shakespeare had bezongen in New York te krijgen.

Shakespeare heeft tientallen vogelsoorten bezongen of genoemd. Ook de spreeuw speelt een rol in het oeuvre van de dichter. In 1596 of ’97 verscheen het eerste deel van Shakespeares historische toneelstuk Hendrik IV. Daarin komt Hotspur in opstand tegen koning Hendrik IV. Die weigert namelijk losgeld te betalen voor de vrijlating van Hotspurs zwager Mortimer, die door rebellen gevangen is genomen. De zwager in kwestie wordt door de koning als rivaal gezien. Hotspur neemt het de koning kwalijk dat hij Mortimer niet helpt en blijft aandringen op het vrijkopen van zijn rebelse zwager. De heren krijgen ruzie, en de koning verbiedt Hotspur de naam van zijn zwager nog langer te noemen. Hotspur bedenkt een pesterig plannetje.
‘I’ll have a starling shall be taught to speak nothing but “Mortimer”, Hotspur whines.’ In de vertaling van Jan Jonk: ‘Ja, ik koop een spreeuw, en die leer ik dan alleen het woord Mortimer.’
Aristoteles, Plinius, Maerlant, Shakespeare, Dijksterhuis – zij allen schreven over de spreeuw. Lees hoe de spreeuw vanuit New York heel Noord-Amerika koloniseerde, van Alaska tot Mexico. Lees alles over die fantastische vogels in De spreeuw, het nieuwe boek van Koos Dijksterhuis. Het is 159 bladzijden dik en is gebonden in een stevige kaft. Een luchtig, leesbaar en zomers cadeau! Bestellen bij AtlasContact of bij de auteur. Dan komen er verzendkosten bij maar desgewenst ook een handtekening of andere handgeschreven toevoeging.
Spreeuwenmannen zijn meesters in versieren. Ze versieren nestholen om vrouwen te versieren. Ze luisteren hun hol op met bladeren, bloemetjes en bloemknoppen. Het zijn bij spreeuwen altijd de mannen die een holte proberen te bemachtigen en daar vervolgens met feestelijk gezang en protserige keelveren een vrouw naartoe lokken, die vervolgens hopelijk valt voor het bloemrijke interieur.
Nou en of ze er belangstelling voor heeft. Hoe meer groen, des te beter ze het vindt en hoe liever ze haar man heeft. Een spreeuwenman versiert een vrouw met een jong blaadje. Waarom ze het door manlief aangesleepte groen er dan weer uitmietert is te lezen in De spreeuw, het nieuwe boek van Koos Dijksterhuis.
De spreeuw (…) ploft een kast binnen, die al bezet blijkt door twee gierzwaluwen. Eén van de gierzwaluwen heft zijn vleugels en begint uitzinnig te krijsen. De spreeuw vertrekt. Maar de volgende avond keert hij terug, terwijl de gierzwaluwen nog buiten vliegen. De gierzwaluwen arriveren een paar minuten later, vlak na elkaar. Alle drie bevriezen ze gedurende zo’n vijf minuten.
Uit het raam van de klas keek ik verlangend naar buiten. Ik was veertien en zat in de derde. Boven de flats van Amersfoort uit torende de Lange Jan zonbeschenen de wolkeloze hemel in. Nog twee lesuren… Na school fietste ik het bos in. Via de oude beukenlanen in het door de A-28 afgesneden landgoed Nimmerdor, over de fietsbrug, langs de Paradijsweg tot de Treekerweg, daar rechtsaf tot het Treekermeertje, een afgesloten privédomein waar ik stiekem rondliep en reeën zag. Dan terug via hotel Den Treek, waar een kerkuil in de duiventil woonde, en vervolgens het lange fietspad naast de Houtweg af, waar ik zwarte spechten zag baltsen, mijn eerste havik ontdekte, een ringslang ontmoette en eekhoorns, vele eekhoorns.
Vanaf donderdag 12 mei in de boekwinkel.


