Praten met de beek

Eén van de mooiste landschappen van Nederland vind ik het stroomgebied van de Drentsche Aa, de verzamelnaam van meerdere diepen (beken) die ten zuiden van Assen ontspringen en aan weerszijden van die stad noordwaarts kabbelen en samenvloeien.
De beken worden gevoed door kwelwater uit het Drents Plateau. In het gebied zijn behalve glinsterende beken bloemrijke hooilanden, heidevelden en knoestige loofbossen te vinden. Er groeien orchideeën, er broeden watersnippen, er leven bevers, er paaien windes.
Nieuwsgierig blader ik door het boekje van schilder/schrijver Klaas Koops: In gesprek met de Aa (Blinuet €24,99). De Drentsche Aa en Koops zijn oude bekenden, naar menselijke maatstaven. Koops groeide op in woont nog steeds in het Aa-stroomgebied.
Tijdens zijn wandelingen praat hij met de beek. De beek spreekt Drents. “‘Under Olmeul’, zegt Aa trots, ‘doar komt twee van mien diepen bij mekoar.’” Ik ken de Aa bij Oudemolen goed, ik kom er vaak, ik wist er een groeiplek van sleutelbloemen. Ik kan ze al een paar jaar niet vinden en vrees dat ze zijn uitgegraven en gestolen. Misschien is dat ook het noodlot van de rapunzels die in dit gebied zouden groeien. Koops vreest juist dat die zijn gezaaid, zoals de moderne natuur steeds meer door mensen gemaakt wordt.
Hij ergert zich aan de “vele verwijsborden en aangelegde voetbruggen en plankenpaden.” Die plankenpaden zijn inderdaad een vloek. Ze lokken volk de bloemenweiden in, dat anders vanwege moddervoeten weg zou blijven.
Koops vindt het gebied ook te aangeharkt, te parkachtig. Dat vind ik dan weer niet. De doorkijkjes met beek en bos lijken soms Engelse-landschapsparkachtig, maar dat komt denk ik doordat parkarchitecten zich lieten inspireren door beekdalen. De parken lijken op het dal van de Aa, niet andersom.
Koops is er verbolgen over dat tachtig procent van het Aa-water afgevoerd wordt in het Noordwillemskanaal en Reitdiep. Toch is dat al beter dan de honderd procent die eerst dat lot onderging. De benedenloop, op de Groninger grens, waar alle diepen fuseren tot één rivier die dan toch eindelijk Drentsche Aa heet, is in oude luister hersteld en duikt deels onder het Noordwillemskanaal door.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 15 december ’25)