Overdreven schoonheid

De gekraagde roodstaart vind ik een van ’s lands mooiste vogels, een mening die ook de vogelaar des vaderlands toegedaan was: Nico de Haan, die onlangs helaas is overleden. Gekraagde roodstaarten zingen er niet minder om. Er zingen dagelijks twee mannetjes in onze tuin. Vrouwtjes zijn schaarser, dus dat mannenkoortje leidt niet vanzelfsprekend tot voortplanting.
In Marokko, en in mindere mate Algerije en Tunesië, leeft de overtreffende trap van de gekraagde roodstaart. Verder komt die soort nergens voor, en dan vooral in de Atlas- en Rif-gebergten, op terrein met weerbarstige struiken. Ik heb het over de diadeemroodstaart.
Ik wist niet wat ik zag toen ik mijn eerste diadeemroodstaart zag; een mannetje. Wat een schoonheid! Later zag ik er meer, en ook vrouwtjes – bescheidener van snit maar eveneens prachtig. De dames lijken op roodborstjes, qua kleur zowel als verschijning en gedrag. De mannetjes zijn haast overdreven mooi, en een feest om naar te kijken.
In Marokko heeft de diadeemroodstaart een status die doet denken aan de ooievaar in combinatie met de grutto bij ons. In Nederland brengt een ooievaar vanouds geluk, de grutto is onze nationale vogel. Wel, in Marokko brengt de diadeemroodstaart geluk en is het de nationale vogel. Het ruige leefgebied van de soort staat bovendien symbool voor de taaiheid en overlevingskunst van de twee grootste volkeren van Marokko: Amazigh en Arabieren.
Een mannetje diadeeemroodstaart is over zijn hele lengte verdeeld in een gitzwarte bovenkant en een fel oranje onderkant. De kleurhelften strekken zich uit van snavelbasis tot staartpunt. Het zwarte contrasteert bovendien met spierwitte vleugelvlekken, en een soort slinger die als een diadeem over het voorhoofd richting achterhoofd gedrapeerd ligt. Vandaar de naam.
Het zijn levendige vogeltjes. Ze scharrelen door de struiken, hippen over de grond en fladderen naar paaltjes. Iedere diadeeemroodstaart zorgt bij mij voor een schokje: ‘kijk daar!’ Gauw de kijker, snel de camera. Want de nationale schoonheid is zomaar weer gevlogen…
(Natuurdagboek Trouw, maandag 11 mei ’26)