Op vogelreis!

Op familiebezoek in Marokko hebben wij ons een vogelreis gepermitteerd. De Nederlandse reisorganisatie BirdingBreaks is in vogelreizen gespecialiseerd en heeft Marokko in het pakket. Met zeven deelnemers, een Nederlandse gids en een Marokkaanse chauffeur begaven wij ons in een busje naar de meest uiteenlopende plekken, om zoveel mogelijk vogels(oorten) te zien. Wij reden van broeierige valleien naar het frisse hooggebergte en van de Atlantische Oceaan tot de Sahara op de Algerijnse grens.
Onze gids bleek niet alleen een uitstekende vogelkenner te zijn, hij ging uit van het leefgebied van die vogels. ‘Dit lijkt me een geschikt bosje voor een Levaillants specht’, zei hij een keer. Hij liet de chauffeur langs de weg stoppen, we stapten uit en hoorden en zagen een Levaillants specht.
Levaillant was een Franse vogelaar en avonturier, hij werd in 1753 in Suriname geboren en overleed in 1824 in Frankrijk. De specht die naar hem is genoemd komt alleen voor in de beboste bergen van Marokko, Algerije en Tunesië. Hij lijkt op onze groene specht, en op de Iberische groene specht, vooral de vrouwtjes van de drie soorten zijn lastig te onderscheiden. De mannetjes van de Levaillants specht hebben minder rood en zwart op hun wangen.

Dat je denkt: dit landschap is geschikt voor die en die vogels, en dat je ze dan ook ziet, vind ik altijd ontzettend leuk. Dat onze gids dat in Marokko, waar hij slechts één keer eerder was geweest, in praktijk bracht, vind ik heel knap. Het gebeurde herhaaldelijk. Zo wist hij zelfs een zeldzame maquiszanger te ontdekken. Dat is een vogeltje met een winterkoningachtige staart, die als een stuiterbal rondspringt. We zagen een jong gezin van vijf maquiszangers rond stuiteren.
Ik ben veel breder geïnteresseerd dan in vogels, en ik ga meestal zelf op ontdekkingsreis, maar een keer zo’n reisje vond ik toch wel superleuk. In tien dagen tweehonderd vogelsoorten zien, dat maak ik nooit mee. Daar zaten ook Europese trekvogels bij, zoals fitissen en draaihalzen. En verder acht soorten tapuiten, nog afgezien van de roodborsttapuit, en elf soorten leeuweriken. Die laatste hadden mijn speciale belangstelling, omdat ik boek over de veldleeuwerik voorbereid.
(Natuurdagboek Trouw, dinsdag 12 mei ’26)