(On)brandbare berenklauw

(On)brandbare berenklauw

Gewone berenklauw met insecten. Foto Koos Dijksterhuis
Gewone berenklauw met insecten. Foto Koos Dijksterhuis

Als je de berenklauw noemt, reageren mensen vaak bezorgd. Als ik een berenklauw aanwijs, reageren mensen vaak ongelovig. Anders dan mensen denken zijn berenklauwen vaak slechts een meter hoog en hebben hun witte schermbloemen eerder het formaat van taartschoteltjes dan van dinerborden. Bovendien kun je de plant straffeloos aanraken, zonder risico op blaren, ook in de zon. Dat betreft dan gewone berenklauwen.

Als er over de berenklauw wordt gesproken, gaat het meestal over die enorme planten met brandblaarrisico’s: reuzenberenklauwen. Plantenkennis is onder Nederlanders gering, maar de berenklauw kent iedereen. Van naam althans. Bij een berenklauw die net twee bladeren heeft gevormd, vraag ik het weleens en dan oppert men: rabarber.

Behalve over berenklauwen hebben Nederlanders ook altijd iets te zeggen over teken en hoornaars; kennelijk prikkelt stekeligheid de belangstelling.

We hebben twee soorten berenklauwen: de gewone en de reuzenberenklauw. De reus is twee eeuwen geleden uit het Midden-Oosten gehaald als sierplant. De soort breidt zich snel uit en kan op stikstofrijke grond alles overheersen. De enorme schermbloemen trekken als pannenkoeken met stroop insecten aan: vooral kevers en zweefvliegen. Uitgebloeid vormen de planten zaadbanken waarmee putters, groenlingen en vinken de winter doorkomen.

Wie die planten met blote handen beschadigt, kan blaren krijgen. Net als bij brandnetels raad ik dat beschadigen af. Je zou de reuzenberenklauw na tweehonderd jaar nog steeds een invasieve exoot kunnen noemen, en veel tijd en geld in bestrijding steken. Wedden dat de onbrandbare gewone berenklauw dan ook de klos is?

Nu doen reuzenberenklauwen het goed op onze van stikstof verzadigde bodem. Die stikstof is voor een groot deel te wijten aan onze miljoenen varkens. En laten die nu gek zijn op de planten. Het lijkt me daarom goed om reuzenberenklauwen aan varkens te voeren.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 17 mei ’24)

 

DELEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *