Kunnen vlinders beter camoufleren of opvallen?

Veel vlinders zijn felgekleurd, waarbij oranje vaak de hoofdkleur is: grote en kleine vos, distelvlinder, oranje zandoogje, gehakkelde aurelia, atalanta, argusvlinder, alle parelmoervlinders. Het oranje van parelmoervlinders neigt soms naar geel, evenals dat van de oranje luzernevlinder. De dagpauwoog kiest juist voor rood, met grote nepogen.
Al die uitdossingen zijn ‘bedoeld’ om (vogels) af te schrikken. ‘Bedoeld’ staat tussen aanhalingstekens, omdat vlinders zich waarschijnlijk niet bewust zijn van hun opvallende uitdossingen. Ze kregen die omdat ze er evolutionair voordeel uit haalden.
Felle kleuren, zeker in de combinatie oranje of geel met zwart, zoals de meeste soorten doen, zouden niet alleen een verrassingseffect sorteren, maar ook geassocieerd worden met gevaar.
Je vraagt je af: waarom zijn niet alle vlinders felgekleurd? Bruine zandoogjes, bonte zandoogjes en koevinkjes zijn soorten die juist op onopvallende schutkleuren gokken.
Een internationaal gezelschap van biologen heeft getest welke strategie het slimst is: opvallen of camoufleren? Ze prikten namaakvlinders van papier op boomstammen en turfden de hoeveelheid door vogels weggepikte. Om de placebo’s smakelijk te maken, werden ze voorzien van een meelworm. Ze publiceerden er eind september over in Science.
Uitkomst: in een donker bos werkt camouflage het best, tenzij de hoeveelheid vijanden de pan uitrijst, dan word je wel gevonden. Op de lange duur werkt opvallen net iets beter. Dat komt volgens de onderzoekers doordat opvallen altijd wel lukt, terwijl camoufleren slechts in een bepaalde omgeving lukt. Als die omgeving verandert, word je de Sjaak.
Want niet elke soort kan zich zo snel aanpassen als peper-en-zoutvlinders, die op berken leven. Die zijn er in een witte en een bijna zwarte vorm. Op berkenstammen zijn witte in het voordeel. Maar toen in de tijd van Charles Dickens de schoorstenen Engeland onder een laagje roet bedekten, kreeg de zwarte variant de overhand.
In Nederland past de huismoeder beide strategieën toe. Overdag rust de vlinder in de struiken en is ze onder haar bruine vleugels nagenoeg onzichtbaar. Bij verstoring vliegt ze weg en knallen plotseling haar oranje met zwarte ondervleugels tevoorschijn.
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 21 november ’25)