Knallend ten onder

De hortensia barst bijna uit zijn knoppen, terwijl de bloemen van vorig jaar nog roze zijn. Duiven koeren, mezen zingen, kraaien krassen, bosuilen roepen. Eksters nestelen, eenden vormen stelletjes. Lente!
Ik harkte blad van het gras. Daar kreeg ik het zo warm van dat ik mijn jas uittrok. Het begin november gemaaide gras stond alweer vijftien centimeter hoog. ’s Winters groeiend gras is een recent verschijnsel. Gooi er wat kunstmest op en je hebt een snede extra voor de gigantische veestapel.
Half december dronken we buiten koffie in de middagzon. Ook tijdens de vorstige kerstdagen was dat winterzonnetje hartverwarmend. Overigens leiden de hogere temperaturen van het veranderende klimaat jammer genoeg niet tot meer zon; integendeel. We proberen het sombere kwakkelweer te verdrijven met terrasverwarmers en lampjes, en ontvluchten de miezerige grauwheid per vliegtuig naar zonnige vakantieoorden. Zo versnelt klimaatverandering zichzelf.
Wonderlijk toch, hoe onbekommerd we blijven vliegen, vlees eten, vuurwerk afsteken; alsof onze leefomgeving en kleinkinderen er niet toe doen. Deze drie handelingen worden zelfs vaker verricht dan voorheen, we vliegen bijna elk jaar meer dan het voorgaande, we eten meer vlees, we steken meer vuurwerk af. Knallend ten onder!

Ik blijf de winter thuis, net als een toenemend aantal tjiftjaffen, zwartkopjes, bruine kiekendieven, ooievaars en meer vogels die vroeger wegtrokken. Ze weten niet dat ze thuis op vuurwerk getrakteerd worden. Er is geen land ter wereld waar zoveel geknald wordt. Of het door de herrie kwam of de temperatuur, weet ik niet, maar vorig jaar zag ik op Oudejaarsdag twee egels, die ontwaakt waren uit hun winterslaap: ze hielden een winterwake.
Zonder atmosfeer zou het hier overdag een paar honderd graden zijn en ’s nachts min honderd. We zouden in een fractie van een seconde verbranden of bevriezen. Dankzij die atmosfeer is de temperatuur op aarde vrij stabiel, op een leefbaar niveau. Je zou zeggen: daar zijn we voor de zekerheid zuinig op.
Maar nee, voor de zekerheid blazen we die atmosfeer vol rotzooi. Als we er maar niet in stikken. Ik wens u een hartverwarmende jaarwisseling en een gelukkig nieuwjaar!
(Natuurdagboek Trouw, woensdag 31 december ‘25)