Herfstige lijsters

In de herfst komen de kramsvogels en koperwieken. Van boven klinken ineens de schelle piepjes van koperwieken, vooral ’s avonds en ‘s nachts, als ze mondeling contact houden, omdat ze elkaar in het donker slecht zien.
Overdag zitten hier en daar de bomen vol met deze fraaie lijsterachtige. Bij ons in de tuin valt een grote hulstboom in de prijzen: de rode bessen zijn ook in trek bij merels en spreeuwen, maar als het overal in die boom scharrelt en beweegt, dan zijn de koperwieken aan de maaltijd.
De bessen van meidoorns, kardinaalsmuts, vlier en vooral lijsterbes worden eveneens hoog gewaardeerd door de kopersectie van de lijsterfamilie. Ook door andere lijsterachtigen trouwens: merels bijvoorbeeld.
Koperwieken lijken op zanglijsters. Ze zijn bruinig van boven en hebben een lichte buik met spikkels. Hun bruin is alleen iets rossiger, hun gezichtstrekken zijn scherper afgetekend met duidelijke, lichte wenkbrauwen. En langs de vleugels is een rossige vlek te zien, die onder gestrekte vleugels een opvallende roodbruine oksel blijkt te zijn. Verder zijn koperwieken iets kleiner dan zanglijsters.
Kramsvogels zijn juist groter dan zanglijsters. Ze hebben ook een bespikkelde borst. Afgezien van de vlekjes is die borst geel. Als ze overvliegen zijn hun lichte onderbuik en witte stuit goed te zien, maar nog opvallender zijn de witte vlakken onder de vleugels. Van boven zijn die vleugels bruin en is hun stuit grijs. Grijs zijn ook hun nek en kop. Hun staart is lang en bijna zwart, zo donker.
Kramsvogels trekken vaak op met zanglijsters, merels en koperwieken, en zijn meestal in groepen te zien. Momenteel zie je overal groepen lijsterachtige vogels in boomkruinen neerstrijken. Dat kunnen best spreeuwen, merels of zanglijsters zijn, maar vaak zijn het koperwieken of kramsvogels. Kramsvogels roepen een zeer herkenbaar: ‘tjak tjak tjak tjak’.
In de herfst komen er van zowel koperwiek als kramsvogel honderdduizenden tot wel een miljoen vogels ons land binnen. Een deel trekt verder, een groot deel blijft hier de hele winter. In Schotland en Tsjechië liggen de dichtstbijzijnde broedplaatsen van koperwieken, terwijl kramsvogels in de Ardennen broeden.
(Natuurdagboek Trouw, maandag 3 november ’25)