Vogels op strand en dam

Zilvermeeuwen sporen Vlieland. Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

We steken bij het Posthuis op Vlieland de buitenste duinenrij over en zien de zee. Het duin is steil, het strand is smal, de zee is blauw en golft tussen twee dammetjes het strand op. Die dammetjes staan dwars op de kust, ze wijzen de zee in. Vrijwel iedereen noemt ze strekdammen, waar waterbouwkundig onderrichte lieden van fronsen. Een strekdam strekt zich evenwijdig aan de kust uit, deze Vlielandse dammetjes heten golfbrekers.
Het maakt de vogels die erop zitten niets uit. Tussen de bazaltblokken hechten zich babymosseltjes, schuilen babykrabbetjes en strandvlooien. De dammetjes blijven bovendien bij vloed deels droog en strandwandelaars wagen zich er meestal niet op. Ideale eet- en rustplaatsen dus voor vogels. Er zit een groep rotganzen op zo’n dam, vlakbij het strand. Op de punt, waar de golven breken, zitten zilver-, storm- en kokmeeuwen, drieteen-, kanoet- en paarse strandlopers, steenlopers en scholeksters. Lees “Vogels op strand en dam” verder

De polders van Vlieland

Rotgans.  Foto Koos Dijksterhuis
Rotgans. Foto Koos Dijksterhuis

Op Vlieland fietsen we naar de Kroon’s Polders. Dat is een gekke zin. Het zou ‘naar Kroons Polders’ moeten zijn of ‘naar de Kroonspolders’. Maar op Vlie zijn de polders nou eenmaal de Kroon’s polders, met apostrof. De polders zijn genoemd naar opzichter Kroon van Rijkswaterstaat. Kroon damde tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw vier stukken Posthuiswad in, halverwege het eiland. Vlieland had een wespentaille, waar het in twee delen uiteengedreven zou kunnen worden. En land offeren aan de zee was toen nog ondenkbaar. Lees “De polders van Vlieland” verder

Sneeuwuilen op Vlieland

Sneeuwuil in de kijker. Foto Koos Dijksterhuis
Sneeuwuil in de kijker. Foto Koos Dijksterhuis

Vriend en ik fietsen over Vlieland, het is ijzig koud. In de buurt van waar de sneeuwuilen gezien zijn, staan drie lieden met telelenzen. Ze kijken naar een duin. Wij kijken naar hetzelfde duin en waarachtig, daar zit een sneeuwuil. Hij heeft een sneeuwwit gezicht in een groot uilenlijf, dat wit is met donkere halvemaantjes. Een jonge uil dus. Volwassen sneeuwuilen zijn witter.

Hij lijkt zijn ogen te hebben gesloten, maar gluurt door twee spleetjes. Zijn kop draait van vogelaar naar vogelaar, hij houdt ons goed in de smiezen. Er moet ook publiek aan de andere kant van het duin zijn, want hij kijkt regelmatig naar achteren. Uilenogen staan naast elkaar, om diepte te kunnen schatten. Dat betekent dat het gezichtsveld kleiner is dan van ogen aan weerszijden van de kop, zoals veel vogels hebben. En daarom moet er gedraaid worden. Een uilenkop draait ongelooflijk soepel. Lees “Sneeuwuilen op Vlieland” verder

Naar de sneeuwuilen

Sneeuwuil. Foto Jeroen Reneerkens
Sneeuwuil. Foto Jeroen Reneerkens

De sneeuwuilen zijn al sinds december in Nederland. Ik heb nooit een sneeuwuil gezien, al ben ik vier keer op Groenland geweest en vaker nog op IJsland. Ik heb braakballen van zo’n witte reuzenuil gevonden, maar de uil zelf nooit. Er zat eens een sneeuwuil op Schiermonnikoog, in de zomer, tijdens een hittegolf. Mijn ouders hadden een huisje op Schier, we waren er elke zomer, maar niet toen die sneeuwuil er was. De uil was vermoedelijk uit Lapland aan komen dwalen en na zijn vlucht over de Noordzee uitgeput op het eerste het beste land neergeploft. Dat was het naaktstrand. De sneeuwuil zat in de hitte met zijn dikke verenpak tussen de naaktrecreanten. Lees “Naar de sneeuwuilen” verder