Vogelkersenbloesem

Vogelkersenbloesem

Vogelkers. Foto Koos Dijksterhuis
Vogelkers. Foto Koos Dijksterhuis

De vogelkersen bloeien. Ze zijn prachtig en geuren er zoet bij, maar ze hebben hun naam tegen, omdat die naam doet denken aan de Amerikaanse vogelkers. Die moedwillig ingevoerde en aangeplante exoot werd de schrik van boswachters die hem bospest noemden. Amerikaanse vogelkers gedijt uitstekend in de Nederlandse bossen, vermenigvuldigt zich rap en kan flink woekeren, waarbij de boeman bestaande bomen en struiken verdringt. Intussen hebben boswachters zich bij de nieuwkomers neergelegd. Ze zijn ook niet nieuw meer, ze zijn ingeburgerd en op een paar plaatsen na, zoals in de Hollandse duinen, zorgen ze niet meer voor alle narigheid die hun voorheen werd verweten.

Maar los van de eventuele nadelen van zijn Amerikaanse neef; gewone vogelkers is helemaal geen bospest, maar een inheemse vogelkers die er allang was voor de Amerikanen ingevoerd werden. Vogelkersen zijn straks, als ze bessen dragen, in trek bij vogels. Maar nu bloeien ze met witte kaarsen van kleine bloemen. Die kaarsen staan eerst rechtop, maar gaan op den duur hangen. Hun blad is lichtergroen dan het blad van hun Amerikaanse naamgenoot, en is ook dunner, minder glad en glimmend en meer met nerven doorregen. De bladrand is bovendien niet strak, maar getand als het blad van een zaag. Amerikaanse vogelkers bloeit later, met kleinere bloemtrosjes.

De vogelkersen luisteren onze bosranden op. Ook zoete kersen en andere prunussen luisteren op, maar vogelkersen zijn wel heel bloemrijk. De bloemen trekken een leger insecten aan, die voor de bestuiving zorgen. Vogelkersen hebben honingklieren aan de bladsteeltjes. Een lokkertje voor bijen, hommels, kevers en mieren.

Gewone vogelkersen kunnen het bij struikformaat houden, maar groeien op vruchtbare bodem uit tot heuse bomen van tien, vijftien meter.

(Natuurdagboek Trouw maandag 18 mei 2015)

DELEN
Reacties zijn gesloten.