Hersteld bos

Hersteld bos

Grote bonte specht. Foto Koos Dijksterhuis

Vanwege mijn boek over natuurwandelen gaf ik een lezing in Hardenberg en dat leek mij een goede aanleiding voor een natuurwandeling in de omgeving. Samen met een vriend wandelde ik drie uur door het Sallandse land. Toen we de gele glyfosaatvelden en caravan-campings voorbij waren, liepen we een bos in.

We voerden een gesprek, maar hoorden onderwijl roodborstjes, boomklevers, zwartkopjes, fitissen en tjiftjaffen. En we hoorden grote bonte spechten. Die riepen “tjik, tjik!” en ze roffelden: “krrrr”. Eén specht had een boomholte gevonden die als klankkast dienstdeed. Zo luid heb ik zelden een grote bonte specht horen roffelen. Tegen het achtergrondgeronk van een autoweg was dat volume ook wel zo praktisch. Een specht roffelt immers om gehoord te worden? Hij waarschuwt er rivalen en lokt er partners mee. Wat zingen is voor zangvogels, is roffelen voor spechten.

In het bos was een heideveldje. En er was een meertje, waarover op het breedste stuk een houten bruggetje was aangelegd. Het was een overdekt bruggetje met rechthoekige vensters. De moderne wandelaar wil iets beleven, nietwaar? Op een voorlichtingspaneel stond dat het bos ‘hersteld’ zou worden. Het ‘herstel’ was al klaar, zodat we uitkeken op fraaie zichtlijnen over vers afgezaagde boomstronken.

In een overgebleven boom zat een torenvalk naar beneden te loeren. De valk hoopte vermoedelijk op een muis, maar kreeg ons in het vizier. Zelf hoopte ik op de eerste bonte vliegenvanger dit jaar, en het valt me vaker op dat wat ik hoop te zien als ik op pad ga, ik vaak niet zie, terwijl ik altijd andere verrassingen tegenkom.

Nu zag ik mijn eerste oranjetipje van dit jaar, een mannetje met oranje voorvleugels. Hij fladderde van hoog naar laag. Ik zag één pinksterbloem in bloei en paar look-zonder-loken in knop; de waardplanten van oranjetipjes. En ik hoorde mijn eerste boompieper, net terug uit Afrika: “wiewiewiewie”.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 16 april ’19)

DELEN
Reacties zijn gesloten.