Een rode wouw uit Dalfsen

Er is jonge rode wouw uit het nest gevallen. Na een storm inspecteert ecoloog Mark Zekhuis nesten van rode wouwen in Salland. Mijn zus en ik vergezellen hem. Rode wouwen zijn grote, wendbare roofvogels met een gevorkte staart. Sinds 2010 broedt er een groeiend aantal in Nederland; dit jaar zijn er maar liefst 55 nesten, waarvan twintig in Overijssel.
Jonge wouwen worden gewogen en gemeten om hun conditie te bepalen, en gekleurringd om ze individueel herkenbaar te maken. Midden in een klein eikenbos bij Dalfsen bevindt zich het nest van kuikens SK, SL en SP. Er vliegt geen volwassen wouw rond, zoals bij de andere nesten die we checken. Op het nest, hoog in een kruin, zien we geen beweging en horen we geen geluid. Onder de nestboom vinden we bloedschachten: de veren van een jonge wouw. ‘Oei, die is uit het nest gevallen en opgegeten’, zegt Mark, ‘misschien door een marter.’ Tien meter verder ligt nog zo’n partij bloedschachten. ‘Hij knippert met zijn ogen’, zegt zus. Hûh? Mark en ik kijken haar vragend aan en zien dan pas dat we vlak naast een levende jonge wouw staan, die zich dood(stil) houdt. Hij zit deels al in de roodbruine veertjes, en heeft deels nog dons. ‘Een week of drie oud’, schat Mark, die het dier optilt. Het heeft een gele kleurring met de letters SK om de ene poot, en omklemt met de andere poot een derde, losse poot met de ring SL. Het arme dier houdt waarschijnlijk al sinds de storm dat overblijfsel van broer of zus vast. We denken onmiddellijk aan een aandoenlijk vastklampen aan het laatste restje vertrouwd gezin. Maar nee. ‘Ik denk dat ie zich in leven heeft gehouden door broer of zus op te eten’, onderbreekt Mark onze mijmering. Het restje vlees aan de snavel van de overlevende staaft die theorie.
Wat te doen? Het kuiken terugzetten! Maar we hebben geen van drieën ervaring en materiaal om een rechte stam van 25 meter te beklimmen. De mannen van de rode-wouwenwerkgroep, die dit broedsel geringd hebben, zijn in de Eifel aan het werk. Daarbij: als er twee geplukte kuikens zijn is dit nummer drie, en is het nest leeg. Dat nest zou wel eens beschadigd kunnen zijn door de wind. En de oudervogels zijn nergens te bekennen – misschien hebben die hun biezen al gepakt…
Wordt vervolgd
(Natuurdagboek Trouw, maandag 30 juni ‘25)